Majule: Colombiaanse Llanos-pap van rijpe bakbanaan en cuajada
Een warme, dikke bereiding met zeer rijpe bakbanaan, melk en verse kaas
Majule is een stevige warme bereiding uit de Colombiaanse Orinoquía en de Llanos. Zeer rijpe bakbananen worden zacht gekookt, geprakt en met melk zachtjes ingekookt; op het einde gaat er verse cuajada door. De structuur zit tussen een dikke drank, een lepelpap en een eenvoudig dessert in. De natuurlijke zoetheid van de vrucht vormt een tegenwicht voor de milde, licht zoute kaas.
Deze thuisversie voor vier porties volgt de afgemeten bereiding uit het regionale kookboek van het Colombiaanse ministerie van Cultuur: vier bijna zwarte rijpe bakbananen, drie koppen melk en een halve pond cuajada. De beschreven volgorde blijft behouden: koken, prakken, met melk laten sudderen en tot slot de verkruimelde kaas toevoegen. Andere bereidingen uit de Llanos snijden de bakbanaan in dunne reepjes, koken hem langer of voegen kaneel toe. Hier is kaneel optioneel, zodat de vrucht en de kaas de hoofdsmaken blijven.
Kies bakbananen met een grotendeels zwarte schil en zacht, geurig vruchtvlees. Groene of pas gele vruchten blijven zetmeelrijk en geven niet dezelfde zoete, samenhangende basis. Door de vrucht eerst in water te koken, kun je de uiteindelijke dikte beter sturen. Prak de bakbanaan terwijl hij heet is en voeg de melk geleidelijk toe; zowel de grootte van de vruchten als het vochtgehalte van de cuajada beïnvloeden de structuur.


