Albóndigas de pescado — visballetjes van San Andrés
Krokante visballetjes met aardappel, ají en koriander
Op San Andrés en Providencia horen visballetjes bij een eilandkeuken die is gevormd door de zee en de plaatselijke manieren om vis te bereiden. De naam kan ook verwijzen naar versies met zeeslak; in een ander eilandgerecht worden balletjes van bonito in tomatensaus gestoofd. Dit recept volgt een afgemeten bereiding voor gefrituurde visballetjes: fijngehakte vis wordt gebonden met gekookte aardappel, paprika, ui, knoflook, paneermeel en ei, en daarna goudbruin gefrituurd. Er wordt alleen vis gebruikt, zodat je het gerecht het hele jaar kunt maken zonder schelpdieren die onder een seizoensverbod vallen.
Kies verse bonito of een andere stevige, mild smakende witvis en controleer zorgvuldig op graten. Het mengsel moet samenhangend zijn, maar niet taai: aardappel en paneermeel binden het, terwijl de vissmaak duidelijk blijft. Snijd de groenten fijn, zodat ze tijdens het frituren zacht worden. Vier balletjes van gelijke grootte per persoon vormen een stevige portie; gekookte cassave is een optioneel bijgerecht.
De belangrijkste aandachtspunten zijn het vochtgehalte en de olietemperatuur. Dep de vis droog, koel de gevormde balletjes kort als het mengsel zacht aanvoelt en frituur ze in kleine porties bij 175–180°C. Een goudbruine korst zegt niet zeker dat de binnenkant gaar is. Meet de grootste bal met een schone thermometer en zorg dat de kern 63°C bereikt.


