Over het gerecht Adzjarische baklava (აჭარული ბაქლავა)
Adzjarische baklava is feestgebak van veel flinterdunne deeglagen, boter en laagjes walnoot met suiker. In Adzjarië wordt het deeg traditioneel in tientallen porties verdeeld en bijna doorzichtig uitgerold; na het bakken snijdt men het gebak in ruiten en doordrenkt het met siroop. Deze kleinere thuisportie behoudt die kenmerkende werkwijze.
Deze versie gebruikt walnoten, een van de regionaal gedocumenteerde keuzes; sommige families gebruiken hazelnoten of een mengsel. De notenvulling wordt in dunne laagjes verspreid en niet als dikke kern in het midden gelegd. Een dun laagje boter tussen het deeg helpt de randen goudbruin en krokant te bakken.
Het kost tijd om vooral de 40 deegbolletjes met de hand dun uit te rollen. Werk steeds met één portie en dek de rest af om uitdrogen te voorkomen. Giet afgekoelde siroop over het hete gebak en laat die intrekken en opstijven voor het serveren. Dit is een afgemeten thuisversie; in Adzjarië bestaan ook varianten met 20 lagen en familierecepten verschillen.



