Bocachico en zumo de coco — Chocó-riviervis in kokosstoofsaus
Bocachico gaart zachtjes in kokosvocht met tomaat, ui, sperziebonen en milde ají criollo.
Bocachico en zumo de coco is gedocumenteerd in Chocó, in het noorden van de Colombiaanse Pacifische regio. Het regionale kookboek vermeldt dat bocachico veel voorkomt in de rivier Atrato en beschrijft een guiso voor zes personen: de stukken vis worden gekruid met citroen, komijn, zout en peper; groenten garen zacht in boter en water; daarna worden de vis en kokosvloeistof toegevoegd en gaart alles afgedekt op laag vuur. Ook de nationale inventaris van traditionele gerechten vermeldt dezelfde naam en de belangrijkste ingrediënten. Bereidingen verschillen per plaats; dit is een afgemeten thuisversie van de vastgelegde bereiding uit Chocó, geen enige vaste formule.
Zumo de coco betekent hier vloeistof die uit geraspte kokos wordt geperst, niet kokoswater. Ongezoete volvette kokosmelk is een praktisch alternatief; met water verdund vormt die een geschikte basis om vis en groenten in te stoven. De saus hoort romig maar schenkbaar te zijn, de groenten zacht en de citroen fris zonder de kokossmaak scherp zuur te maken. Ají criollo geeft milde peperigheid; gebruik bij gebrek eraan een zoete paprika in plaats van een hete chili.
Bocachico is geliefd in de regio, maar bevat veel fijne graatjes. Snijd de schoongemaakte vis dwars in porties, gaar hem voorzichtig en controleer elk stuk bij het serveren op zichtbare graatjes. Ondiepe sneetjes in alleen de huid kunnen helpen om gelijkmatig te garen, maar verwijderen de fijne graatjes niet. Houd de vis gekoeld en gebruik een schone thermometer: het dikste visvlees moet 63°C bereiken. Citroen geeft rauwe vis smaak, maar gaart hem niet en maakt hem niet veilig om zonder verhitting te eten.


