Over het gerecht Adzjarische baklava met walnoten
Adzjarische baklava: Georgisch laagjesgebak met walnoten
Deze adzjarische baklava bestaat uit twintig flinterdunne deegvellen met ei. Bestrijk elk vel met gesmolten boter en bestuif het licht met maïszetmeel. De fijngehakte walnoten komen in drie tussenlagen. Na het bakken trekt de hete suikersiroop in de vooraf ingesneden ruiten en trekt de baklava een nacht door.
Dit gebak vraagt geduld: kneed het deeg glad, dek de deegbollen die nog wachten af en rol elk vel zo dun uit dat het een grote bakplaat bedekt. Een lange deegroller en een ruim werkblad maken het stapelen eenvoudiger. Bij het aansnijden moeten de lagen goed zichtbaar zijn, met licht krokante randen en herkenbare walnotenlaagjes.
Het aantal vellen, de vulling en de siroop verschillen per huishouden. Deze versie gebruikt twintig deegvellen met walnoten ertussen. Snijd de baklava vóór het bakken in ruiten, zodat je de stukken straks gemakkelijk kunt serveren en de siroop naar binnen kan trekken. Laat het gebak daarna acht uur rusten; maak het daarom bij voorkeur een dag van tevoren.



