Peruaanse nationale gerechten

Chairo uit Urubamba met rund- en lamsvlees

Een vullende chairo in de stijl van Urubamba, met chuño, hele tarwe, zacht vlees en groenten. De sleutel is koel weken en de ingrediënten na elkaar laten garen.

Peruaanse nationale gerechten
Delen
Chairo uit Urubamba met rund- en lamsvlees: een op de gebruikelijke ingrediënten gebaseerde variant
Chairo uit Urubamba met rund- en lamsvlees: een op de gebruikelijke ingrediënten gebaseerde variant
Opbrengst 6 royale porties
Voorbereiding 25 minuten
Bereiding 129 minuten
Wachttijd 720 minuten, gekoeld weken
Totale tijd 874 minuten inclusief weken
Overzicht

Chairo uit Urubamba met rund- en lamsvlees: een op de gebruikelijke ingrediënten gebaseerde variant

Urubamba ligt binnen de bredere eetcultuur van Cusco, waar chairo niet volgens één onveranderlijk recept wordt gekookt. Deze op de bekende ingrediënten gebaseerde versie bevat rund en lam, gedroogde chuño, hele tarwekorrels en groenten. De aanduiding klassiek is geen claim dat er één officiële bereidingswijze voor Urubamba bestaat.

Runderschouder geeft body aan de soep, terwijl lam een tweede hartige toon toevoegt. De ají-amarillopasta vormt samen met ui, knoflook en komijn een geurige basis. Het is de bedoeling dat de aardappel- en pompoenstukjes zichtbaar blijven en de soep niet verandert in puree.

Week beide gedroogde producten afzonderlijk en houd ze koud. Sudder vlees en tarwe eerst, voeg daarna de wortelgroenten en chuño toe en bewaar de tuinbonen voor de laatste kookfase. Een zachte pruttel helpt de verschillende structuren in evenwicht te houden.

Praktisch

Praktisch

  • Zwarte chuño is niet uitwisselbaar met verse aardappelhet gedroogde product geeft een andere beet en helpt de soep licht binden.
Ingrediënten

Ingrediënten

Vlees, graan en groenten

  • 470 g runderschouder zonder bot — bijgesneden en in blokjes van 3 cm
  • 280 g lamsschouder zonder bot — bijgesneden en in blokjes van 3 cm
  • 140 g zwarte chuño (gevriesdroogde Andesaardappel) — gedroogd, gecontroleerd op steentjes en stof
  • 115 g hele gepelde tarwekorrels — droog, afgespoeld voor het weken
  • 330 g witte aardappel — geschild, in stukjes van 2 cm
  • 230 g pompoen of winterpompoen — geschild, in blokjes van 2 cm
  • 160 g verse tuinbonen — gedopt, jong en zacht
  • 130 g wortel — geschild en in blokjes gesneden

Smaakmakers en water

  • 130 g rode ui — fijngesneden
  • 17 g knoflook — fijngesneden
  • 32 g ají-amarillopasta — pure pasta zonder extra smaakmakers
  • 24 ml neutrale plantaardige olie — neutraal van smaak
  • 2 g gemalen komijn — droog
  • 12 g verse munt — alleen de blaadjes, fijngesneden
  • 9 g fijn zout — afgewogen
  • 3950 ml drinkwater — verdeeld: 1000 ml voor chuño, 600 ml voor tarwe, 500 ml om te spoelen, 1850 ml voor de soep
Bereiding

Bereiding

Bereiding

  1. Week de chuño en tarwe.Doe 140 g chuño in een afgedekte kom met 1000 ml water. Doe 115 g hele gepelde tarwekorrels in een tweede afgedekte kom met 600 ml water. Laat beide kommen tegelijk 12 uur in de koelkast staan, bij maximaal 4 °C. De tarwekorrels zijn daarna voller en de chuño is doorweekt en geeft bij stevig indrukken iets mee.

  2. Giet af en bereid de ingrediënten voor.Giet beide kommen af. Spoel de geweekte chuño met de afgemeten 500 ml water, druk het vocht eruit en breek de aardappel in stukjes zo groot als doperwten. Laat de tarwe uitlekken. Snijd de groenten in gelijkmatige stukken en het vlees in blokjes van 3 cm. De chuño blijft in aparte zachte stukjes en de groenten hebben een vergelijkbaar formaat.

  3. Fruit ui en ají.Verwarm 24 ml olie in een zware pan op middelhoog vuur. Voeg 130 g ui, 17 g knoflook, 32 g ají-amarillopasta en 2 g komijn toe. Roer 8 minuten en laat de knoflook niet verbranden. De ui wordt glazig en de scherpe rauwe geur van de peperpasta neemt af.

  4. Laat het vlees en de tarwe sudderen.Voeg 470 g runderschouder en 280 g lamsschouder, de uitgelekte 115 g tarwe, 1850 ml water en 9 g zout toe. Breng in ongeveer 7 minuten aan de kook, zet het vuur laag en laat afgedekt 75 minuten zacht sudderen. Roer af en toe en schep schuim af. De tarwekorrels zijn ook in de kern zacht en het vlees geeft mee onder een lepel. Controleer straks de dikste vleesblokjes met een schone keukenthermometer; houd minstens 74 °C aan als voorzichtige grens voor deze bereiding.

  5. Voeg aardappel, chuño en groenten toe.Voeg de verkleinde 140 g chuño, 330 g aardappel, 230 g pompoen en 130 g wortel toe. Laat 25 minuten zacht koken en roer voorzichtig langs de bodem zonder alle aardappelstukken stuk te maken. Een mes gaat gemakkelijk door de aardappel en de randen van de pompoen worden zacht in de bouillon.

  6. Gaar de tuinbonen en meet het vlees.Voeg 160 g tuinbonen toe en laat nog 12 minuten zacht koken. Meet de kerntemperatuur in het dikste vleesblokje; is die lager dan 74 °C, kook dan langer en controleer opnieuw totdat minstens 74 °C is bereikt. De tuinbonen zijn zacht maar houden hun vorm. De kleur van vlees alleen zegt niet of het veilig gaar is.

  7. Werk af met munt.Roer 12 g fijngesneden munt door de soep en kook nog 2 minuten. Neem de pan van het vuur en schep 6 hete porties op; verdeel vlees en groenten gelijkmatig. De munt ruikt fris en de bouillon blijft vloeibaar met zichtbare korrels en kleine stukken chuño.

Praktisch

Praktisch

Serveren en bewaren

Verdeel de soep heet over 6 diepe kommen. Schep zowel rund- als lamsvlees, tarwe en chuño in elke van de zes diepe kommen. Als de bouillon tijdens het staan dikker wordt, schep dan rustig om zonder de stukken aardappel en pompoen te pletten. Koel restjes snel terug in ondiepe bakjes en bewaar ze bij maximaal 4 °C niet langer dan 3–4 dagen in de koelkast. Verhit elke opgewarmde portie opnieuw volledig tot minstens 74 °C. Laat de geweekte tarwe en chuño nooit op het aanrecht staan maar houd de kommen tijdens het weken koel. Alleen rundvlees gebruiken in plaats van rund én lam geeft een mildere bouillon en verandert de bedoelde combinatie van twee soorten vlees. Verse aardappel vervangt chuño niet: de smaak en structuur van de gedroogde aardappel ontbreken dan.

Problemen oplossen

Tarwe is nog hard: De korrels waren onvoldoende geweekt of gekookt. Laat ze de volgende keer zacht doorgaren voordat de kwetsbare groenten worden toegevoegd. De soep wordt te dik: Te veel aardappel en chuño zijn uit elkaar gevallen. Roer voorzichtig met een lepel en laat de soep niet langdurig onafgedekt inkoken. De tuinbonen worden grauw: Ze zijn te vroeg toegevoegd. Voeg ze pas toe na de lange kookfase van het vlees en proef hun beet voor het opscheppen. Laat de tarwekorrels voldoende zacht worden voordat de tuinbonen erbij gaan.

Voedingswaarde per portie

Voedingswaarde per portie

  • Portiegrootte1 van 6 gelijke porties soep
  • Calorieën555 kcal
  • Koolhydraten55 g
  • Eiwitten31 g
  • Vetten25 g
  • Vezels7 g
  • Natrium700 mg
Allergenen en voedselveiligheid

Allergenen en voedselveiligheid

Tarwe bevat gluten. Controleer bij gevoeligheid ook verpakte producten op mogelijke kruisbesmetting. Houd rauw rund- en eventueel lamsvlees weg van gewassen groenten en reinig handen, messen en snijplanken na contact met rauw vlees. Meet met een schone kernthermometer minstens 74 °C in het dikste vleesblokje als voorzichtige veilige grens in deze pan; alleen de kleur van vlees is geen betrouwbare aanwijzing. Bewaar de weekkommen met chuño en tarwe bij maximaal 4 °C en koel overgebleven soep snel terug. Meet bij rund en lam de kern van het dikste blokje van elk soort vlees.

Afsluiting

Afsluiting

  • Het resultaat: Rund- en lamsvlees geven de bouillon twee verschillende hartige accenten.
  • Belangrijkste werkwijze: Week chuño en tarwe koel, laat vlees rustig sudderen en voeg de zachte groenten pas later toe.