Pâté aux prunes met hele Reine-Claude-pruimen
Pâté aux prunes is een zoete specialiteit uit Angers en Anjou, ook al doet het woord pâté veel lezers aan vlees denken. Hier gaat het om fruit dat volledig in deeg is opgesloten: een ronde bodem wordt gevuld met kleine Reine-Claude-pruimen, afgedekt met een tweede laag deeg, goed dichtgemaakt en voorzien van een opening in het midden. De pruimen garen in hun eigen sap en worden niet vooraf tot jam gekookt.
De hele pruimen horen bij de vorm die hier wordt gemaakt. Eén kilogram gewassen en gedroogd fruit gaat in een taart van 24 cm en de pitten blijven bewust in de pruimen. Dat maakt de taart anders dan een gewone pruimentaart, maar het geeft ook een reëel risico tijdens het eten. Iedere eter moet daarom duidelijk worden verteld dat de pitten aanwezig zijn. Ontpitten is thuis een verstandige veiligheidsaanpassing, maar het resultaat is dan niet exact dezelfde hele-pruimenvorm.
Koel het deeg vóór het uitrollen, sluit de naden voordat je overtollig deeg afsnijdt en maak in de bovenkant een schoorsteen van ongeveer 3 cm. Zo kunnen stoom en kokend vruchtensap gecontroleerd ontsnappen. Bak tot de korst diep goudbruin is en het sap door de opening borrelt. Laat daarna 90 minuten afkoelen: die rusttijd zorgt ervoor dat het pruimensap rond het fruit indikt in plaats van bij het eerste aansnijden over het bord te lopen.


