Profiteroles au chocolat met vanille-ijs en warme pure chocoladesaus
Klassieke Franse profiteroles brengen drie elementen pas op het laatste moment samen: holle soesjes, vanille-ijs en warme chocoladesaus. Vanille-ijs, in plaats van banketbakkersroom of chantilly, houdt het dessert duidelijk anders dan roomsoesjes en éclairs. Achttien soesjes vormen zes porties van drie profiteroles.
Goed soezendeeg vraagt op twee momenten controle over vocht. De panade wordt boven het vuur gedroogd totdat hij een gladde bal vormt en een dun laagje op de bodem van de pan achterlaat. Nadat het afgewogen ei is toegevoegd, moet het deeg glanzend in een dikke V van de lepel vallen en niet vloeibaar zijn. In de oven zorgt de hogere begintemperatuur voor rijzing, waarna de lagere temperatuur de wanden droogt. Door de hete soesjes in te prikken en nog kort in de uitgeschakelde oven te drogen, kan opgesloten stoom ontsnappen.
Het samenstellen gebeurt bewust pas vlak voor het serveren. De soesjes moeten volledig koud zijn voordat het bevroren ijs erin gaat en de chocoladesaus moet warm en vloeibaar zijn, niet kokend. Gepasteuriseerd commercieel vanille-ijs voorkomt dat een rauwe of onvoldoende verhitte huisgemaakte ijsbasis met ei moet worden beheerst en blijft tot het samenstellen in de vriezer zodat de vulling bevroren blijft.


