Franse nationale gerechten

Crêpes bretonnes sucrées

Twaalf dunne, soepele Bretonse tarwecrêpes waarvan het beslag een uur gekoeld rust, één voor één in een hete pan wordt gebakken en warm wordt geserveerd met exact afgemeten lichtgezouten boter en suiker.

Franse nationale gerechten
Delen
Crêpes bretonnes sucrées — geserveerd op een bord
Voorbereidingstijd 15 minuten
Bereidingstijd 29 minuten
Totale tijd 104 minuten
Opbrengst 12 crêpes van ongeveer 24 cm
Inleiding en achtergrond

Crêpes bretonnes sucrées — zachte Bretonse tarwecrêpes met boter en suiker

Zoete Bretonse crêpes worden hier gemaakt met tarwebloem, niet met boekweit. Dat onderscheidt ze van hartige galettes. De bedoeling is een dunne, zachte en buigzame crêpe die warm met boter en suiker wordt gegeten. Hij mag dus niet uitdrogen tot een koekje en hoort ook niet in sinaasappelsaus te zwemmen zoals Crêpes Suzette.

Het beslag wordt in twee fasen gemengd. Eerst ontstaat met bloem, ei en een deel van de melk een dikkere gladde basis. Daarna wordt de overige melk geleidelijk toegevoegd, gevolgd door gesmolten boter. Deze werkwijze beperkt klonten en levert een vloeibaar beslag op. De volledige rust van 60 minuten bij 4 °C of lager hydrateert de bloem en ontspant het gluten.

Voor een reproduceerbare opbrengst gaat ongeveer 65 ml beslag per crêpe in een pan van 24 cm. De eerste kant bakt ongeveer 75 seconden en de tweede ongeveer 45 seconden. Het eindpunt is dun, soepel en licht goudgespikkeld, zonder nat beslag maar ook zonder droge krokante rand. De Bretonse beurre-sucre-service is vastgelegd op 5 g lichtgezouten boter en 8 g suiker per warme crêpe.

Succespunten

Succespunten

  • Maak eerst een gladde dikke beslagbasis en verdun daarna geleidelijk.
  • Laat het rauwe beslag 60 minuten gekoeld rusten.
  • Houd per crêpe ongeveer 65 ml beslag en een panoppervlak rond 180–190 °C aan.
  • Bak beide kanten tot geen nat beslag meer zichtbaar is, maar houd de crêpes soepel.
Ingrediënten

Ingrediënten

Beslag

  • 250 g gewone tarwebloem
  • 500 ml volle melk, koud
  • 200 g heel ei, ongeveer 4 grote eieren zonder schaal
  • 30 g fijne kristalsuiker
  • 2 g fijn zout
  • 25 g ongezouten boter, gesmolten en afgekoeld

Pan en serveren

  • 15 g lichtgezouten boter, om de pan dun in te vetten
  • 60 g lichtgezouten boter, zacht, voor het serveren
  • 96 g fijne kristalsuiker, voor het serveren
Bereiding

Bereiding

Beslag en rust

  1. Maak een gladde basis. Klop 250 g bloem, 30 g suiker en 2 g zout door elkaar. Maak een kuiltje, voeg 200 g ei en ongeveer 150 ml van de melk toe en klop 4 minuten tot een dikke, gladde basis zonder droge bloemplekken. Proef het rauwe beslag niet.

  2. Verdun het beslag. Klop de resterende 350 ml melk geleidelijk in de basis. Klop daarna 25 g gesmolten, afgekoelde boter er in 3 minuten door. Het beslag moet in een dunne ononderbroken straal lopen en geen zichtbare boterdruppels bevatten.

  3. Laat gekoeld rusten. Dek af en zet 60 minuten bij 4 °C of lager in de koelkast. Het beslag moet schenkbaar blijven en iets samenhangender worden. Houd rauw eibeslag gekoeld.

Crêpes bakken

  1. Verhit de pan. Verwarm een gladde crêpepan van 24 cm 5 minuten op middelhoog tot hoog vuur tot ongeveer 185 °C en veeg met een zeer dun laagje uit de 15 g lichtgezouten boter. Een kleine druppel beslag moet meteen beginnen te stollen zonder dat de boter rookt.

  2. Bak twaalf soepele crêpes. Giet per crêpe ongeveer 65 ml beslag in de pan en draai onmiddellijk rond tot een dunne laag. Bak ongeveer 75 seconden tot de bovenkant geen natte glans meer heeft en de rand loskomt. Keer met een spatel en bak nog ongeveer 45 seconden. Herhaal voor 12 crêpes en vet zo nodig heel licht opnieuw in; reken ongeveer 24 minuten totale baktijd. Houd ongebruikt beslag gekoeld als de keuken warm is.

Beurre-sucre serveren

  1. Werk warm af met boter en suiker. Bestrijk elke warme crêpe met precies 5 g lichtgezouten boter en strooi er 8 g suiker over. Vouw in vieren en serveer twee per persoon. De boter moet in de dunne crêpe smelten, terwijl de suiker nog licht korrelig blijft en de crêpe zacht blijft.

Serveren en praktische aanwijzingen

Praktisch

Vervangingen

- Pan: Een gladde koekenpan van 24 cm of vlakke billig kan worden gebruikt als dezelfde hoeveelheid beslag en oppervlaktetemperatuur mogelijk zijn. Een andere diameter verandert dikte en opbrengst.

Problemen oplossen

Problemen oplossen

  • Crêpes zijn dik en broodachtigEr is te veel beslag gebruikt. Houd elke portie rond 65 ml.
  • Crêpes scheuren bij het kerenDe eerste kant werd te vroeg gekeerd of de pan was te koel. Wacht tot de natte glans verdwenen is en de rand loskomt.
Voedingswaarde per portie

Voedingswaarde per portie

  • Portiegrootte2 beurre-sucre-crêpes
  • Calorieën445 kcal
  • Koolhydraten57,0 g
  • Eiwit11,3 g
  • Vet18,9 g
  • Vezels1,1 g
  • Natrium282 mg
Allergenen en voedselveiligheid

Allergenen en voedselveiligheid

Allergeen: Gluten uit tarwe.

Allergeen: Ei.

Allergeen: Melk.

Veiligheid: Proef rauw bloem-eibeslag niet.

Veiligheid: Bewaar rustend beslag bij 4 °C of lager.

Veiligheid: Bak beide kanten tot er geen nat beslag meer zichtbaar is.

Afsluiting

Afsluiting

  • Resultaat: Dunne, zachte Bretonse tarwecrêpes die koud rusten, één voor één in een hete pan worden gebakken en warm met afgemeten boter en suiker worden gegeten.
  • Beslissende techniek: Klop eerst een dikke gladde basis en verdun die vervolgens geleidelijk met de rest van de melk.