Crêpes dentelle — ultradunne Bretonse crêpes, heet gevouwen en krokant afgekoeld
Crêpes dentelle zijn geen gewone zachte crêpes die alleen dunner worden gebakken. De kenmerkende textuur ontstaat doordat een zeer vloeibaar beslag in een minimale hoeveelheid wordt uitgespreid en aan de eerste kant diep uitdroogt. De onderkant wordt diep goudkleurig en de rand zichtbaar droog voordat het warme vel wordt gevormd.
Voor één stuk is slechts ongeveer 15 ml beslag nodig. Dat is veel minder dan voor een gewone crêpe. De pan of billig van 24 cm moet rond 175–185 °C blijven zodat het beslag vrijwel papierdun kan worden uitgespreid en in ongeveer 90 seconden zijn vocht grotendeels kwijtraakt. Het doel is een droge, diep gekleurde onderkant, niet een soepele crêpe om later te vullen.
Het vormen gebeurt terwijl de crêpe nog heet en buigzaam is. Met een hittebestendige spatel wordt hij snel tot een smalle strook met ongeveer acht slagen of lagen gevouwen of gerold. Blote vingers horen niet bij deze stap: de pan en de crêpe zijn heet, en kinderen voeren deze vormhandeling niet uit. Na 20 minuten op een rooster moet het stuk droog, broos en hoorbaar krokant zijn.


