Klassieke gerolde Bûche de Noël met chocoladebotercrème
Een gerolde Bûche de Noël draait om een eenvoudig beeld: een dunne biscuitplaat wordt tot een boomstam gerold en zo afgewerkt dat de buitenkant aan schors doet denken. Het slagen van die vorm hangt minder af van versiering dan van de soepelheid van het biscuit, de temperatuur van de vulling en de timing. De cake wordt hier op een bakplaat van 30 × 40 cm gebakken, warm opgerold, in die kromming afgekoeld en pas gevuld wanneer het biscuit volledig koud is.
Het biscuit krijgt zijn luchtigheid van opgeklopte hele eieren en suiker, niet van bakpoeder. Het bakt slechts ongeveer 10 minuten op 180 °C, net tot het veerkrachtig en licht gekleurd is. Te lang bakken is de meest directe route naar scheuren, omdat zo'n dunne plaat snel vocht verliest. Door hem meteen in schoon bakpapier op te rollen krijgt het nog warme biscuit zijn spiraalvorm; de daaropvolgende 30 minuten afkoeling voorkomen dat de botercrème bij contact smelt.
Voor vulling en buitenkant wordt dezelfde Franse chocoladebotercrème gebruikt. Een suikersiroop van 118 °C wordt in gepasteuriseerde eidooiers geklopt; pas wanneer de massa niet meer heet is volgen zachte boter en lauwwarme pure chocolade. Zo blijft van binnen tot buiten één consistente crème behouden. Na opnieuw oprollen en het trekken van schorslijnen met een vork maakt twee uur koeling de rol stevig genoeg voor nette plakken zonder de botercrème permanent keihard te maken.


