Palets bretons met gezouten boter en eidooier
Palets bretons zijn dikke Bretonse sablékoekjes en niet de dunne galettes bretonnes uit dezelfde botertraditie. Hun herkenbare vorm ontstaat door de combinatie van flink dik deeg en bakken in metalen ringen: elke schijf wordt begrensd zodat hij omhoog kan rijzen en met rechte zijden stolt in plaats van uit te lopen tot een plat koekje.
Het deeg is bewust kort en rijk. Gezouten boter levert zowel vet als een hartige rand die de suiker in balans brengt, terwijl eidooiers kleur, malsheid en samenhang geven. Bloem en een kleine hoeveelheid bakpoeder gaan er als laatste bij en het mengen stopt zodra het deeg samenhangt. Te lang werken ontwikkelt gluten en maakt de kruim minder bros en zanderig dan bedoeld.
Koelen is net zo belangrijk als mengen. Het deeg rust een uur koud, wordt daarna tot 12 mm uitgerold en in twaalf schijven van 6 cm gesneden. Elke schijf bakt in een eigen ring op 180 °C tot hij gelijkmatig goudbruin en volledig gaar in het midden is. De metalen ringen blijven na het bakken gevaarlijk heet; laat de koekjes kort staan en verwijder de ringen alleen met geschikte hittebescherming.


