Franse pain au chocolat met gelamineerd gistdeeg en twee chocoladestaafjes
Pain au chocolat is geen brioche met chocolade erin en ook geen snel pakketje van kant-en-klaar bladerdeeg. De structuur ontstaat uit een gerezen détrempe die met een aparte boterplaat wordt gelamineerd en vervolgens in rechthoeken rond twee chocoladestaafjes wordt gerold. Het uiteindelijke gebak hoort duidelijke krokante buitenlagen te hebben en een zachte, volledig gare, honingraatrijke kruim rond de chocolade.
Bij lamineren moeten deeg en boter ongeveer dezelfde koele, buigzame stevigheid hebben. Is de boter veel harder, dan kan ze in scherven breken; is ze veel zachter, dan smeert ze in het deeg en verdwijnen de laagjes. Deze werkwijze gebruikt één dubbele toer en één enkele toer, met een volledige koeling vóór het lamineren en telkens 30 minuten koelen tussen de toeren. De eindlap wordt uitgerold tot ongeveer 3,5–4 mm en in twaalf rechthoeken van ongeveer 8 × 18 cm gesneden.
De narijs duurt bewust lang genoeg om de gebakjes duidelijk te laten uitzetten, maar de omgeving mag niet zo warm zijn dat de boter uit de lagen begint te smelten. Zoek naar zichtbaar vergrote gebakjes die licht wiebelen wanneer de bakplaat zacht wordt bewogen. Bestrijk vlak voor het bakken met ei en bak op 190 °C tot diep goudbruin en volledig gaar in het midden. Alleen een mooie buitenkleur is niet genoeg als er rond de chocolade nog een samengedrukte rauwe deeglijn zit.


