Fraisier met génoise, crème mousseline en marsepein
Een fraisier is geen losse stapeling van biscuit, room en aardbeien. De herkenbare structuur wordt in een ring opgebouwd: twee vlakke génoiseschijven, een zichtbare band van gehalveerde aardbeien tegen acetate, vanille-crème mousseline tussen het fruit, een afgemeten weekstroop en een gecontroleerde bovenafwerking. Hier bestaat die afwerking uit een dunne schijf amandelmarsepein.
De crème mousseline vraagt de meeste temperatuurdiscipline. De banketbakkersroom wordt tot 95 °C gekookt en ongeveer 1 minuut op die temperatuur gehouden, daarna met een deel van de boter verrijkt en in een dunne laag snel tot 4 °C of lager gekoeld. Pas daarna worden zowel de koude roombasis als de resterende boter afzonderlijk naar dezelfde werktemperatuur van 18–20 °C gebracht voordat ze worden samengeklopt. Zo blijft de crème glad en luchtig in plaats van vettig of geschift.
Ook de aardbeien vragen een vaste werkwijze. Was en droog ze vóór het verwijderen van de kroontjes, zodat water niet in vers aangesneden fruit wordt getrokken. De complete taart koelt daarna minstens 4 uur voordat de ring wordt verwijderd. Die tijd geeft de mousseline genoeg stevigheid om de zichtbare aardbeienwand en tien nette punten te behouden.


