Confit de canard — gekoelde eendenboutconfit
Confit de canard is in de eerste plaats een techniek, geen garantie van houdbaarheid. De eendenbouten worden gezouten, afgespoeld, zorgvuldig gedroogd en langzaam onder eendenvet gegaard tot het vlees uitzonderlijk mals is. Deze huishoudmethode bewaart de essentiële techniek, maar behandelt een laag vet nooit als bewijs dat het product op kamertemperatuur houdbaar zou zijn.
De pekeltijd van 12 uur is bewust begrensd. Een dikke laag grof zout kruidt en verstevigt de bouten, maar het zichtbare zout wordt daarna grondig afgespoeld. Voor de voedingswaarde wordt dus niet gedaan alsof de volledige kilogram zout wordt opgegeten. Hetzelfde geldt voor het eendenvet: 1200 g is nodig om de bouten onder te zetten, maar exact 80 g wordt als achtergebleven en geconsumeerd vet aan de vier porties toegerekend.
Temperatuur en malsheid zijn twee verschillende controles. Eend is gevogelte en het dikste vlees moet daarom minstens 74 °C bereiken. Daarna gaat de langzame garing door tot een vork vrijwel zonder weerstand bij het gewricht binnenglijdt. Het krokant bakken op 220 °C duurt kort en gebeurt pas ná de langzame vetgaring, zodat de huid knapperig kan worden zonder het zachte vlees uit te drogen.


