Blanquette de veau met champignons, pareluitjes en room-eidooierliaison
Blanquette de veau draait om terughoudendheid bij het bruinen. In tegenstelling tot een gebruinde kalfsstoof begint het vlees in koud water en blijft het bleek terwijl het langzaam naar een rustige pruttel komt. Schuim wordt vroeg afgeschept, daarna gaan de aromatische groenten erbij en gaart de kalfsschouder rustig verder tot hij vorkmals is. Zo ontstaan tegelijk mals vlees en een lichte bouillon die de basis van de saus kan vormen zonder geroosterde kleur of smaak.
Ook de garnituur blijft bewust bleek. Kleine champignons worden zacht gegaard zonder donkere korst en pareluitjes worden met wat bouillon gaar zonder sterk te kleuren. De saus begint met een witte roux: boter en bloem worden lang genoeg verhit om de rauwe bloemsmaak te verliezen, maar niet zo lang dat de roux beige of bruin wordt. Hete gezeefde bouillon gaat er geleidelijk door en de saus suddert tot zij de achterkant van een lepel in een dunne, egale laag bedekt.
De laatste binding met room en eidooier vraagt de meeste temperatuurbeheersing. Gepasteuriseerde eidooiers en room worden eerst met hete saus getempereerd en gaan daarna terug in de pan. Verwarm rustig tot ongeveer 75 °C en laat de saus niet koken. Gepasteuriseerde dooiers zijn juist passend omdat de liaison na toevoeging niet hard wordt doorgekookt. Citroensap gaat pas aan het eind bij vlees en garnituur. Het eindresultaat blijft bleek, glad en zijdeachtig in plaats van korrelig of geschift.


