Tarte tropézienne — suikerbrioche met oranjebloesemcrème
Tarte tropézienne oogt als een gevulde taart, maar de basis is een verrijkte brioche. Het ronde brood van 22 cm bevat ei, boter en melk, krijgt eerst een lange rijs, wordt daarna gevormd en opnieuw gerezen, en bakt onder een laag parelsuiker. De kruim moet genoeg glutensterkte hebben om een royale crèmevulling te dragen zonder zwaar of ingezakt te worden.
De commerciële crème die met het bekende Saint-Tropez-product wordt geassocieerd is niet openbaar als exact recept. Deze thuismethode kiest daarom bewust voor een transparante, uitvoerbare combinatie van banketbakkersroom, boter, slagroom en oranjebloesemwater. Het resultaat moet herkenbaar zijn als zachte brioche met een koele, luchtigere crème, zonder te beweren dat de besloten formule wordt gereproduceerd.
Temperatuurcontrole bepaalt of de vulling glad blijft. De custard wordt tot 71 °C gekookt en daarna snel tot 4 °C of kouder teruggekoeld. Voor de uiteindelijke botercrème worden de koude custard en de resterende boter afzonderlijk naar dezelfde 18–20 °C gebracht. Pas daarna worden ze samengeklopt en wordt koud opgeklopte room er voorzichtig door gespateld. De gevulde brioche gaat vervolgens 60 minuten terug in de koelkast zodat de crème schoon kan snijden.


