Rousquilles — Catalaanse ringkoekjes met anijs en citroen
Rousquilles zijn Catalaanse ringkoekjes die verbonden zijn met de Pyrénées-Orientales. Ze zijn herkenbaar aan hun zachte, malse kruim, de geur van anijs en citrus en een ondoorzichtige witte suikerlaag. Het zijn geen donuts en ze horen ook niet hard en bros te worden zoals sommige industriële geglazuurde ringen. Het deeg bevat bloem, poedersuiker, boter, eidooier, honing en melk, op smaak gebracht met licht gekneusde groene anijs en citroenrasp. Door het deeg ongeveer 1 cm dik uit te rollen en met twee ronde uitstekers te werken, blijven de ringen dik genoeg om na het bakken zacht te blijven.
Rusten bepaalt een groot deel van het tijdschema. Het gemengde deeg koelt twee uur vóór het vormen. Daardoor wordt de boter stevig en ontspant het gluten, zodat de ringen strak kunnen worden uitgestoken zonder steeds extra bloem in het deeg te hoeven werken. Ze bakken op 160 °C slechts tot de kruim net is gezet en nog bleek is. Een diep goudbruine kleur zou het koekje droger en brosser maken. Na het bakken moeten de ringen volledig afkoelen voordat het glazuur erop gaat; op warme koekjes wordt de coating te dun en loopt hij gemakkelijk naar beneden.
De witte afwerking ontstaat uit een suikersiroop die tot 118 °C wordt gekookt en vervolgens in gepasteuriseerd eiwit wordt geklopt. Citroensap houdt de zoetheid in balans. Hete suiker is hier het grootste gevaar: siroop blijft aan de huid kleven en kan ernstige brandwonden veroorzaken. Werk daarom met een stabiele pan en een opgeruimd werkvlak. Na het glaceren hebben de rousquilles nog twee volle uren op kamertemperatuur nodig om mat en ondoorzichtig op te drogen. Die droogtijd hoort volwaardig bij de totale recepttijd.


