Magret de canard met langzaam uitgebakken krokante huid
Magret de canard is niet zomaar een andere naam voor eendenborst. In de Franse keuken slaat magret op de dikke borst van een eend die voor foie gras is gehouden, met een royale huid- en vetlaag. Juist die vetlaag bepaalt de techniek: het vet moet langzaam smelten zodat de huid dun en krokant wordt, terwijl het vlees eronder beschermd blijft. Deze bereiding houdt die structuur centraal en gebruikt geen zoete glaze of zware pansaus om het vlees te maskeren.
De pan begint koud. Daardoor krijgt het onderhuidse vet tijd om vloeibaar te worden voordat de huid te donker wordt. Snijd een ruitpatroon van ongeveer 2 cm alleen door huid en vet, nooit in het vlees. Giet tijdens het bakken meerdere keren vet af, zodat de huid contact met de pan houdt in plaats van in een diepe laag vet te sudderen. De vleeskant krijgt daarna een kortere bereiding, maar moet wel tot de vereiste kerntemperatuur worden gebracht.
Voor deze huishoudelijke bereiding geldt een conservatieve veiligheidsgrens: beide magrets moeten in het dikste deel 74 °C bereiken, gemeten met een voedselthermometer. Roze kleur is geen veiligheidscriterium. Laat het vlees daarna 8 minuten rusten zodat de sappen zich opnieuw verdelen en snijd pas dan dwars op de draad. De voedingswaarden tellen het gare vlees en de meegegeten huid mee; afgegoten en apart bewaard eendenvet valt buiten de porties.


