Crêpes bretonnes sucrées — zachte Bretonse tarwecrêpes met boter en suiker
Zoete Bretonse crêpes worden hier gemaakt met tarwebloem, niet met boekweit. Dat onderscheidt ze van hartige galettes. De bedoeling is een dunne, zachte en buigzame crêpe die warm met boter en suiker wordt gegeten. Hij mag dus niet uitdrogen tot een koekje en hoort ook niet in sinaasappelsaus te zwemmen zoals Crêpes Suzette.
Het beslag wordt in twee fasen gemengd. Eerst ontstaat met bloem, ei en een deel van de melk een dikkere gladde basis. Daarna wordt de overige melk geleidelijk toegevoegd, gevolgd door gesmolten boter. Deze werkwijze beperkt klonten en levert een vloeibaar beslag op. De volledige rust van 60 minuten bij 4 °C of lager hydrateert de bloem en ontspant het gluten.
Voor een reproduceerbare opbrengst gaat ongeveer 65 ml beslag per crêpe in een pan van 24 cm. De eerste kant bakt ongeveer 75 seconden en de tweede ongeveer 45 seconden. Het eindpunt is dun, soepel en licht goudgespikkeld, zonder nat beslag maar ook zonder droge krokante rand. De Bretonse beurre-sucre-service is vastgelegd op 5 g lichtgezouten boter en 8 g suiker per warme crêpe.


