Éclair au chocolat: soezendeeg met chocoladecrème pâtissière
Een éclair au chocolat bestaat uit drie texturen die op het juiste moment en bij de juiste temperatuur bij elkaar moeten komen: een droge, lichte schaal van pâte à choux, een koude chocoladecrème pâtissière die stevig genoeg is om te spuiten en een glazuur dat vloeibaar genoeg is om glad te worden maar niet van het gebak afloopt. De langwerpige vorm van ongeveer 12 cm hoort bij de constructie. Een ronde soes of een staaf die alleen met ganache is gevuld kan uitstekend smaken, maar is niet hetzelfde gebak.
Bij soezendeeg is de uiteindelijke consistentie belangrijker dan simpelweg al het ei blind toevoegen. Eerst wordt de panade op het vuur gedroogd totdat een dun laagje op de bodem van de pan achterblijft. Daarna gaat het gepasteuriseerde, losgeklopte ei in meerdere porties door het deeg. Stop wanneer het mengsel glanst en langzaam in een dikke V van spatel of menghaak valt. Tien geribbelde stroken worden met een stervormig spuitmondje van 15 mm opgespoten en gebakken tot ze diep goudbruin, licht en hol zijn. Bleke schalen zakken sneller in of worden klef zodra ze gevuld zijn.
De chocoladecrème vraagt evenveel aandacht. De combinatie van eidooier en maïszetmeel wordt tot volledige borreling en minstens 82 °C verhit. Pure chocolade en boter worden daarna van het vuur toegevoegd. Door de hete crème in een ondiepe schaal uit te spreiden, koelt hij sneller door voordat hij naar 4 °C of lager gaat. Koude crème hoort nooit in warme soezenschalen. Eenmaal gevuld blijven de éclairs gekoeld en zijn ze het best binnen twee dagen, met de krokantste schaal op de eerste dag.


