Douillon aux pommes: hele Normandische appel gebakken in bladerdeeg
Een Normandische douillon aux pommes draait om één hele appel. De vrucht wordt geschild en uitgeboord, maar blijft verder intact. Daarna wordt elke appel afzonderlijk in deeg gesloten, zodat hij in zijn eigen kleine omhulsel zacht kan worden. Precies die vorm onderscheidt een douillon van een appelflap met stukjes appel en van tarte normande. Ook de verwante bourdelot met peer heeft een eigen identiteit; een peer gebruiken is dus meer dan alleen een andere vulling kiezen.
Reinette-appels passen goed bij deze bereiding omdat ze zacht kunnen worden zonder meteen volledig uiteen te vallen. Vier appels van vergelijkbare grootte worden door de kern gevuld met abrikozenjam en krijgen suiker en kaneel. Het bladerdeeg blijft tijdens het vormen koud, wordt zorgvuldig rond de vrucht gesloten en bovenaan van een kleine stoomopening voorzien. Een laag losgeklopt gepasteuriseerd ei zorgt voor gelijkmatige glans en bruining.
Tijdens het bakken moeten twee dingen tegelijk gebeuren. Een dunne prikker moet met weinig weerstand door de appel gaan, terwijl het bladerdeeg krokant en diep goudbruin wordt. Alleen kleur of alleen een zachte appel is dus niet voldoende. Na het bakken telt ook 20 minuten afkoelen op een rooster mee: de hete appel geeft veel stoom af en een dichte plaat of te snelle stapeling maakt de onderkant snel zacht.


