Biscuits roses de Reims met een krokante, droge structuur
Biscuits roses de Reims zijn nauw verbonden met Reims en de Champagnestreek. Hun kenmerkende droogte ontstaat niet alleen door het bakken, maar door twee afzonderlijke warmtestappen. Eerst wordt het luchtige biscuitmengsel op hogere temperatuur gezet; daarna wordt extra vocht bij veel lagere temperatuur verwijderd zonder dat de bleekroze kleur sterk bruint. Een thuiskeuken hoeft geen commerciële formule na te bootsen om de herkenbare eigenschappen te bereiken: een lichte roze tint, langwerpige vorm, droge breuk en genoeg stevigheid om kort in een drank te dopen.
De structuur begint bij de eieren. Dooiers en suiker worden dik en bleek geklopt, waarna de eiwitten stapsgewijs worden opgenomen. Bloem, maïszetmeel en een kleine hoeveelheid bakpoeder worden samen gezeefd en voorzichtig door het schuim gespateld. Spuit het beslag met een glad spuitmondje van 10 mm in repen van ongeveer 7 cm lang en 2 cm breed. Twee lichte bestuivingen met poedersuiker, met daartussen 20 minuten rust, geven het oppervlak tijd om mat en licht droog te worden voordat het de oven ingaat.
Na ongeveer 12 minuten op 180 °C is de biscuitstructuur gezet, maar het uiteindelijke mondgevoel is dan nog niet bereikt. Vijftien minuten op 80 °C voeren extra vocht af met zo weinig mogelijk verdere verkleuring. Beoordeel de biscuits pas nadat ze 30 minuten op een rooster volledig zijn afgekoeld. Warm gebak kan nog zacht lijken; koud moet ook het midden droog en krokant zijn, niet cakeachtig.


