Albondigas de pescado — Colombiaanse visballetjes uit Chocó
Krokante visballetjes met knoflook, gebonden met broodkruim en in kleine porties gebakken.
De Colombiaanse inventaris van traditionele keukens vermeldt albondigas de pescado uit Chocó aan de Pacifische kust. Het ministerie van Cultuur beschrijft in Paseo de Olla een eenvoudige bereiding voor vier personen: gemalen vis wordt met zout gekneed tot hij kleverig wordt, daarna gemengd met broodkruim, knoflook en peper. Vorm balletjes, wentel ze door gemalen geroosterd brood en bak ze op laag vuur. Deze afgemeten thuisversie behoudt die methode en maakt de hoeveelheden en gaarheidscontrole duidelijk.
Kies een stevige wittevisfilet zonder vel en controleer vóór het malen zorgvuldig op graatjes. Het mengsel moet samenhangend en licht kleverig zijn, niet vloeibaar of gladgepureerd. Vers broodkruim bindt de vis; fijn gemalen geroosterd brood vormt een droge, gelijkmatige korst. De gepubliceerde bron noemt twee eetlepels zout per pond vis, ongebruikelijk veel voor thuis. Daarom gebruiken we hier 5 g.
Gehakte vis vraagt om een strengere veiligheidscontrole dan een hele filet. Houd de vis koud, voorkom contact met kant-en-klaar voedsel en meet met een schone thermometer het midden van enkele grote balletjes. De kern moet bij elk gecontroleerd balletje 68°C bereiken en die temperatuur 17 seconden vasthouden. Een goudbruine korst bewijst niet dat de binnenkant veilig gaar is. Serveer heet met limoen; rijst of gekookte bakbanaan kan erbij.


