Tarte fine aux pommes normande — dunne krokante Normandische appeltaart
Bij deze Normandische tarte fine draait alles om dunte en beheersing. Het bladerdeeg wordt uitgerold tot ongeveer 3 mm, de appels worden in plakjes van ongeveer 2 mm gesneden en in één overlappende laag gelegd. Er is geen dikke appelvulling en geen custard die het deeg afdekt. Juist daardoor kan het bladerdeeg uitzetten en bruin bakken terwijl het fruit snel genoeg gaart om aan de randen te karamelliseren.
Stevige, friszure appels zijn hier praktischer dan zachte, sappige rassen: de plakjes blijven herkenbaar en zakken niet uiteen tijdens de hete bak. Boter en fijne kristalsuiker worden dun over het fruit verdeeld. Na het bakken gaat er 20 ml Calvados over de warme appels. Dat geeft een duidelijk Normandisch aroma zonder de taart doorweekt te maken. Omdat de drank pas na het bakken wordt aangebracht, kan er alcohol achterblijven.
De belangrijkste controle zit aan de onderkant. De appels kunnen al mooi kleuren terwijl het deeg nog onvoldoende droog is. Til daarom tegen het einde voorzichtig een rand op en kijk of de onderzijde droog, bruin en krokant is. De daaropvolgende 15 minuten afkoelen laten stoom ontsnappen en geven het bladerdeeg genoeg stevigheid om nette porties te snijden, zonder de verse krokantheid onnodig te verliezen.


