Over pane carasau
Pane carasau is een van de meest herkenbare broden van Sardinië en wordt soms carta da musica genoemd vanwege de dunne krokante vellen. De thuismethode van La Cucina Italiana gebruikt fijne durumtarwegries, water, een kleine hoeveelheid gist en zout, met een lange rijs voordat het deeg zeer dun wordt uitgerold en op een zeer hete bakplaat wordt gebakken.
De beslissende eerste bak is extreem kort. De twee dunne, op elkaar gelegde rondjes hebben genoeg hitte nodig om als een ballon op te blazen, maar moeten eruit voordat de wanden stijf worden. Die korte opblazing scheidt de lagen en maakt het mogelijk elk brood in twee vellen te splitsen.
Het splitsen is technisch veeleisend omdat zeer hete stoom uit het opgeblazen brood ontsnapt. Laat het rondje maar enkele seconden rusten — net genoeg om het met bescherming veilig te hanteren — en open het dan langs de rand terwijl het nog soepel is. Wachten tot het volledig krokant is maakt nette scheiding vrijwel onmogelijk.
De tweede bak, de carasatura, droogt en kleurt de afzonderlijke vellen licht. Volledig afgekoeld moeten de broden bros, licht en droog genoeg zijn om goed te bewaren. Door het krokante brood met olijfolie en zout te bestrijken en kort opnieuw te verwarmen ontstaat pane guttiau, een verwante maar afzonderlijke bereiding.
Bigoli nemen tijdens het laatste omscheppen saus op. Voeg het bewaarde kookwater geleidelijk toe, niet in één keer, tot ui en olijfolie een glanzend laagje rond elke streng vormen. De pan hoort onder de pasta bijna droog te eindigen, zonder afzonderlijke olieplas.
.webp)
.webp)
.webp)
.webp)