Kig ha farz met boekweitfar en lipig
Kig ha farz hoort bij de Pays de Léon in het noorden van Finistère. Het kenmerkende element is niet alleen vlees en groenten in bouillon: een beslag van boekweitmeel gaart in een speciaal daarvoor bestemde stoffen zak in dezelfde pan. Na het garen is de far stevig genoeg om te verkruimelen of in plakken te snijden. Daarmee blijft het gerecht duidelijk onderscheiden van een gewone pot-au-feu met deegballetjes.
Voor het vlees worden runderschenkel met bot en ontbeende, licht gezouten varkensbuik gebruikt. De schenkel geeft gelatine en diepte aan de bouillon; de buik brengt vet en smaak. Wortel, raap, prei en savooiekool gaan pas in het laatste deel van de lange suddertijd in de pan, zodat ze gaar worden maar niet oplossen voordat de far klaar is.
De far heeft een eigen gaarheidscontrole. De vochtige voedselveilige linnen-katoenen zak wordt slechts tot ongeveer 85 % gevuld, stevig dichtgebonden en twee uur volledig ondergedompeld gehouden. Pas wanneer de zak overal stevig aanvoelt en nergens een vloeibare kern heeft, is de far gaar. De lipig wordt apart gemaakt van gezouten boter, sjalot en precies 150 ml kookbouillon en pas bij het serveren over de far gelepeld.


