Vanilice – Servische sandwichkoekjes met abrikozenjam en vanillesuiker
Vanilice zijn kleine Servische feestkoekjes die vaak op tafels met meerdere soorten gebak verschijnen. De naam verwijst naar de vanillegeur van de suikerlaag, niet naar een vanillecrème. Twee kleine ronde koekjes worden met abrikozenjam aan elkaar geplakt en daarna rondom met een mengsel van poedersuiker en vanillesuiker bedekt.
Deeg op basis van reuzel geeft een andere kruim dan een koekje dat alleen met boter wordt gemaakt. De reuzel wordt met suiker romig geklopt en daarna gecombineerd met eieren, eidooier, citroen, walnoten en bloem. Deeg dat te veel bloem krijgt, wordt stijf en bakt hard; het hoort zacht maar samenhangend te zijn.
Een rust van 60 minuten in de koelkast op 5 °C maakt de reuzel stevig en geeft de bloem tijd om gelijkmatig vocht op te nemen. Daardoor kan het deeg tot ongeveer 5 mm worden uitgerold zonder te smeren. Restjes worden slechts beperkt opnieuw uitgerold, omdat herhaald kneden de structuur taai kan maken.
Vanilice worden op 175 °C gebakken totdat ze gaar zijn maar nauwelijks kleur hebben. De bovenkant blijft bleek en alleen de onderkant en randen mogen licht goud worden. Donkerbruin bakken droogt deze kleine koekjes uit en verplaatst het karakter richting een brosser, harder zandkoekje.
Pas wanneer de koekjes volledig zijn afgekoeld, worden ze gevuld met de afgemeten abrikozenjam en gesuikerd. In een gesloten trommel trekt in de volgende dag een klein beetje vocht uit de jam in het koekje. Daardoor wordt de kruim zachter zonder dat de sandwich zijn vorm verliest.