Slavski kolač met gistdeeg en ongegist deeg voor de versiering
Slava is een Servische familietraditie rond de beschermheilige van de familie. Slavski kolač is het rituele brood dat daarbij samen met wijn wordt gebruikt. Het woord kolač kan elders naar gebak verwijzen, maar in deze context gaat het nadrukkelijk om brood.
De samenstelling verschilt per huishouden. Er bestaan sobere vastenversies en rijkere deegsoorten. Deze versie houdt het hoofddeeg eenvoudig: 800 g witte tarwebloem, 400 ml lauwwarm water, 24 g verse gist en 16 g zout.
Het hoofddeeg moet stevig genoeg zijn om een hoge ronde vorm te dragen. Kneed 10–12 minuten tot het glad en elastisch is en laat daarna 45 minuten rijzen.
Druk na de eerste rijs voorzichtig gas uit het deeg, vorm strak rond en leg in een ingevette diepe ronde bakvorm van 24–26 cm. Laat nog 15 minuten rusten zodat het oppervlak zich opnieuw ontspant.
Maak voor de versiering een apart, steviger deeg van 150 g bloem, 75 ml water en 3 g zout zonder gist. Daaruit kunnen een kruis, kleine aren, vlechtwerk of andere eenvoudige motieven worden gevormd.
De concrete symboliek en rituele omgang kunnen per familie en kerkelijke gemeenschap verschillen. Dit recept legt daarom geen enkele versiering vast als enige religieuze norm, maar beschrijft de bakkundige uitvoering.
Verwarm tijdens het versieren de oven voor op 200 °C. Bak 50–55 minuten. Wordt de versiering te snel donker, bescherm de bovenkant losjes en bak door tot een prikker in het broodgedeelte zonder nat deeg naar buiten komt.
Laat na het bakken minstens 30 minuten op een rooster afkoelen voordat het brood ritueel wordt gebruikt of gesneden. Deze afkoeltijd valt buiten de opgegeven totale tijd van 205 minuten.