Šampita – bladerdeeg met hoog eiwitschuim van hete suikersiroop
Šampita wordt in deze versie opgebouwd uit twee sterk contrasterende texturen: een dunne, krokante bladerdeegbodem en een veel hogere, zachte maar snijdbare schuimlaag. De bodem wordt tussen twee bakplaten gebakken, zodat hij relatief vlak blijft en het gewicht van het schuim kan dragen.
De schuimlaag begint niet met rauw, ongepasteuriseerd eiwit. Er wordt 250 g gekoeld gepasteuriseerd eiwit gebruikt. Dat wordt tot zachte pieken geklopt terwijl een siroop van 500 g suiker en 150 ml water naar 118 °C gaat. De gemeten sirooptemperatuur bepaalt de concentratie en daarmee een belangrijk deel van de uiteindelijke structuur.
Wanneer de siroop 118 °C bereikt, loopt hij in een dunne straal langs de wand van de draaiende mengkom. Recht op de garde gieten veroorzaakt harde suikerdraden en klonten. Na het toevoegen wordt nog ongeveer 10 minuten doorgeklopt tot de kom slechts licht warm is en de massa diepe sporen en stevige pieken houdt.
De warme schuimmassa gaat direct op de volledig afgekoelde bladerdeegbodem. Ze wordt hoog en gelijkmatig verdeeld zonder de lucht eruit te drukken en vervolgens licht met poedersuiker bestoven.
Daarna volgt geen verdere verhitting van het schuim. De hele Šampita wordt afgedekt zonder het oppervlak te raken en 100 minuten bij 4 °C gekoeld. Pas als de schuimlaag overal koud is en een schoon mes een strakke verticale snede achterlaat, wordt het gebak in twaalf vierkanten gesneden.
Het veilige uitgangspunt blijft gepasteuriseerd eiwit. Glanzende pieken of het feit dat hete siroop is toegevoegd zijn op zichzelf geen reden om ongepasteuriseerd eiwit als veilig te beschouwen.