Riblja čorba, Servische vissoep met paprika en tomaat
Riblja čorba is sterk verbonden met Servische rivierkeukens, vooral langs Donau en Tisza. De gekozen versie is nadrukkelijk een soep: de vloeistof blijft ruimer en dunner dan bij riblji paprikaš of fiš-paprikaš. Daardoor komt in elke kom zowel bouillon als een herkenbaar stuk zoetwatervis terecht.
De visbasis bestaat uit 1500 g gemengde schoongemaakte zoetwatervis. Een karpergedomineerde mix past, maar de exacte soorten mogen verschillen. De vis wordt in grote portiestukken gesneden en waar praktisch van zichtbare kleine graten ontdaan. Volledige graatloosheid kan bij rivier-vis echter niet worden gegarandeerd; ook aan tafel blijft oplettendheid nodig.
Voor de bouillon wordt 300 g ui zeer fijngehakt en eerst in een deel van de 1500 ml water volledig zacht gekookt. Pas daarna komen 10 g mild paprikapoeder, 250 ml passata en de vis erbij. Zo komt het paprikapoeder in een vochtige omgeving terecht in plaats van op een droge hete bodem, wat bitter verbranden helpt voorkomen.
Na het bereiken van een rustige kook gaan 30 ml wijnazijn, 5 g hele gedroogde rode chili en 12 g zout in de pan. De vis gaart vervolgens 30 minuten op een zachte kook. Roeren met een lepel is ongeschikt: grote stukken breken snel. Als beweging nodig is, wordt de hele pan voorzichtig bewogen. De dikste visstukken moeten minstens 63 °C bereiken en gemakkelijk uit elkaar vallen wanneer ze gaar zijn.
De laatste handeling is eenvoudig maar belangrijk: verwijder de gedroogde chili en schep voorzichtig op. De soep wordt heet gegeten. Restjes worden snel gekoeld, bij 4 °C of lager bewaard en bij opnieuw serveren tot 74 °C verwarmd, zonder de soep telkens hard door te koken.