Punjene suve paprike met gehakt, rijst en licht tomatenstoofvocht
Bij Punjene suve paprike begint de techniek bij de gedroogde rode paprika en niet bij de vulling. Door het drogen is de wand dun, geconcentreerd van smaak en in droge toestand breekbaar. Vijftien minuten in heet water is bedoeld om de paprika net buigzaam te maken. Zodra de opening voorzichtig wijder kan zonder dat de wand splijt, is verder weken niet nodig.
De vulling krijgt eerst een korte bereiding in de koekenpan. Ui en wortel worden in 20 g reuzel zacht, waarna het gekoelde gemengde gehakt wordt losgemaakt en kort gaart. Rijst, knoflook, paprikapoeder, 5 g zout en peper gaan pas daarna in de pan. De rijst is dan nog niet gaar; hij moet tijdens het stoven vocht opnemen en in volume toenemen.
Daarom wordt elke paprika losjes gevuld. Te strak aandrukken geeft de rijst geen ruimte en vergroot de kans op scheuren. De acht gevulde paprika’s liggen vervolgens dicht bij elkaar in een pan met passata, 800 ml heet water, de resterende 3 g zout en de laatste 10 g reuzel. Het vocht hoort rondom de paprika’s te staan en niet rechtstreeks in de openingen te worden gegoten.
Afgedekt garen bij 180 °C houdt de verdamping beperkt terwijl de rijst zwelt en de paprikawand zacht wordt. De eindcontrole combineert textuur en veiligheid: de rijst moet volledig gaar zijn, de paprika zacht maar heel blijven en een representatieve vulling moet in het midden minstens 74 °C aangeven.