Projara – Servische maïsbroodschotel met yoghurt en witte kaas
Projara hoort bij de familie van Servische maïsbroden, maar is rijker dan een sobere proja. Yoghurt, eieren, zonnebloemolie en witte pekelkaas geven het beslag vocht en vet; een deel tarwebloem maakt de kruim zachter en beter snijdbaar. Het resultaat is geen luchtige cake en ook geen droog maïsbrood, maar een hartige ovensnede met een goudbruine bovenkant en kleine kaasstukjes in de kruim.
De verhouding tussen maïsmeel en tarwebloem is technisch belangrijk. Maïsmeel levert de herkenbare smaak en korrel, maar vormt geen glutenstructuur. De 150 g tarwebloem ondersteunt daarom het beslag en helpt de stukken na afkoelen hun vorm te houden. Bakpoeder zorgt voor lift zodra het vocht uit yoghurt en eieren het activeert.
De metalen bakvorm wordt samen met de oven op 200 °C voorverwarmd. Een kleine hoeveelheid van de afgemeten olie gaat in die hete vorm. Daardoor begint de onderkant meteen te zetten wanneer het beslag erin komt. Dat geeft meer contrast tussen de korst en de zachte binnenkant dan wanneer een koude schaal wordt gebruikt.
Na het samenbrengen van natte en droge delen hoeft het beslag slechts te worden gemengd tot geen droge bloem meer zichtbaar is. Lang kloppen zou juist meer gluten ontwikkelen en de tarwefractie taaier maken. De kaas wordt voorzichtig door het beslag gespateld, zodat er nog kleine stukjes zichtbaar blijven in de gebakken projara.
Na ongeveer 30 minuten bakken is niet alleen de kleur belangrijk: het midden moet stevig staan en een prikker mag geen nat beslag meenemen. Daarna rust de projara 15 minuten in de vorm. Die korte afkoeling is onderdeel van de bereiding, omdat een kokend hete kruim gemakkelijker uit elkaar valt bij het snijden.