Popara – warme broodschotel met kajmak en witte pekelkaas
Popara is een eenvoudig Balkangerecht dat oud brood opnieuw bruikbaar maakt door het kort met hete vloeistof te verzachten. In deze Servische uitvoering wordt water gebruikt, geen melk. Kajmak en witte pekelkaas brengen vet, zout en zuivelzuur, terwijl het brood de hete vloeistof opneemt en de massa bindt. Het resultaat hoort warm, zacht en met een lepel eetbaar te zijn.
De kwaliteit van het brood is bepalend. Vers, luchtig brood valt al uiteen voordat het gelijkmatig vocht heeft opgenomen; stevig brood van een dag of ouder behoudt meer structuur. De stukken mogen volledig zacht worden, maar moeten nog enig reliëf houden. Daarom wordt niet eindeloos geroerd en wordt de pan van het vuur genomen zodra de massa samenhangend maar nog los genoeg is.
De eerste 20 g kajmak gaat met water en zout aan de kook. Dat verdeelt het vet vanaf het begin door de vloeistof. De resterende kajmak wordt pas bij het serveren toegevoegd en smelt langzaam in de hete popara. De witte pekelkaas gaat kort voor het einde in de pan, zodat kleine stukjes zichtbaar blijven in plaats van volledig op te lossen.
Popara kent veel huishoudelijke varianten, onder meer met melk, boter of yoghurt. Die zijn niet zomaar uitwisselbaar: melk verandert de zoetheid en eiwitten van de basis, terwijl boter een andere vetsmaak geeft dan kajmak. De versie hier blijft bewust bij water, kajmak en pekelkaas om een uitgesproken hartig en zuivelrijk profiel te houden.
Het gerecht is het best direct uit de pan. Tijdens afkoelen blijft het brood vocht opnemen en wordt de massa dichter. Restjes kunnen veilig worden gekoeld en opnieuw verhit, maar de textuur wordt zachter dan bij verse popara. Bij opwarmen helpt een kleine scheut water om de oorspronkelijke lepelbaarheid terug te brengen.