Pogačice sa čvarcima — gelamineerde gistbroodjes met varkenskaantjes
Bij pogačice sa čvarcima komt het uitgesproken karakter niet uit een ingewikkeld gistdeeg, maar uit de laagvorming met čvarci: eetklare resten van varkensvet en vlees die tijdens het uitbakken van reuzel ontstaan. In dit recept worden de kant-en-klare čvarci fijn gemalen en als smeerbare laag gebruikt. Het recept gaat dus over het maken van het gebak en niet over het produceren van čvarci zelf.
Het basisdeeg bevat melk, water, een kleine hoeveelheid varkensreuzel en ei. Na een eerste rijs wordt het uitgerold, dun bestreken met een derde van het čvarci-mengsel en gevouwen. Dat proces wordt nog twee keer herhaald. De rusttijden tussen het vouwen zijn functioneel: het deeg ontspant, terwijl de vetrijke vulling koel genoeg blijft om als laag in het deeg te blijven in plaats van eruit te smeren.
De fijnheid van de čvarci is belangrijk. Ze moeten klein genoeg worden gemalen om gelijkmatig te kunnen worden verdeeld, maar niet zo lang dat er een warme, olieachtige pasta ontstaat. Houd het mengsel koel en werk zonder hard op het deegpakket te drukken. Zo blijven de vouwlagen herkenbaar en kunnen de pogačice tijdens het bakken omhoogkomen.
Na de laatste uitrol wordt het deeg 1,5–2 cm dik gesneden in 24 rondjes van ongeveer 5 cm. Een korte narijs maakt ze zichtbaar lichter. Bakken gebeurt op 200 °C totdat de bovenkant diep goudbruin is en de lagen omhoog staan. Omdat zowel deeg als glanslaag ei bevatten, moet de kern minstens 71 °C bereiken.