Pita sa malinama – opgerolde frambozenpita van dun filodeeg
Pita sa malinama verwijst hier naar een opgerolde fruitpita van dunne deegvellen. De vorm is belangrijk: vier rollen worden opgebouwd uit filodeeg en een frambozenvulling en daarna als lange stukken gebakken. Daarmee blijft dit gerecht duidelijk iets anders dan een westerse frambozentaart van korstdeeg.
De grootste technische uitdaging is vocht. De diepvriesframbozen ontdooien 30 minuten in een vergiet en worden niet platgedrukt. Zodra er geen gestage stroom sap meer uitkomt, worden ze pas op het laatste moment gemengd met 120 g kristalsuiker en 70 g fijn griesmeel. Het griesmeel vangt vrij vruchtensap op tijdens het bakken zonder de frambozen tot een dikke jam te koken.
Het filodeeg blijft tijdens het werken afgedekt, omdat uitgedroogde vellen breken zodra ze worden opgerold. Zonnebloemolie en bruiswater bevochtigen de lagen spaarzaam; te veel vloeistof maakt de binnenste vellen taai. De rollen worden strak genoeg gevormd om hun vorm te houden, maar niet zo strak dat de frambozen worden geplet.
Na 35 minuten op 200 °C moet niet alleen de bovenkant goudbruin zijn. Een snede aan het uiteinde hoort afzonderlijke, gebakken deeglagen te laten zien zonder bleke rauwe vellen. Dat interne criterium is belangrijker dan alleen de kleur van het oppervlak.
Na het bakken krijgen de rollen kort de tijd om te zetten. Pas dan worden ze met 20 g poedersuiker bestoven en met een kartelmes gesneden, zodat de krokante lagen minder snel worden samengedrukt.