Pinđur met geroosterde paprikareepjes in een dikke tomatenbasis
Pinđur kent meerdere regionale uitvoeringen op de Balkan. Sommige bevatten aubergine; deze Servische thuisversie doet dat niet en bouwt rond geroosterde rode paprika en tomaat. Het belangrijkste textuurverschil is dat de paprika niet tot een gladde pasta wordt gemalen. De zachte reepjes moeten in de dikke tomatenbasis zichtbaar blijven.
De paprika wordt eerst op hoge temperatuur geroosterd tot de schil geblakerd is en het vruchtvlees is ingezakt. Na kort afdekken kunnen schil en zaden worden verwijderd. Snijd of scheur de paprika vervolgens in smalle reepjes en laat die een uur uitlekken. Zo gaat minder overtollig vocht mee naar de pan en hoeft de peper later niet kapot te koken om de relish dik te krijgen.
Tomaat wordt afzonderlijk met een beetje suiker gereduceerd. Dat is een bewuste volgorde: als paprika vanaf het begin lang in een natte tomatenmassa kookt, verdwijnt de reepjesstructuur. Pas als de tomaat dik en pulpachtig is, komen paprika, olie, zout, knoflook en peterselie erbij. Daarna wordt de massa voorzichtig omgeschept in plaats van krachtig geroerd.
De 80 ml wijnazijn van 5% gaat pas aan het einde in de pan en wordt kort meegekookt. De afwerking hoort glanzend en samenhangend te zijn, met herkenbare paprikareepjes en zonder een waterige kring langs de rand. De azijn maakt deel uit van de smaakbalans, maar deze bereiding is niet bedoeld als houdbare inmaak voor de voorraadkast.
Na het koken wordt de pinđur verdeeld over schone ondiepe bakken en snel gekoeld. Binnen 2 uur hoort hij bij 4 °C of lager te staan. Gebruik binnen 3 tot 4 dagen of vries porties in. Een nacht in de koelkast geeft tijd voor knoflook, peterselie en azijn om zich gelijkmatiger te verdelen zonder de groente verder te garen.