Pečena patka sa mlincima: geroosterde eend met citroen-honingglazuur
Pečena patka sa mlincima combineert hele geroosterde eend met mlinci, droge dunne deegvellen die kort in heet water zacht worden gemaakt. De combinatie komt in meerdere keukens van Midden- en Zuidoost-Europa voor. Het praktische verband is duidelijk: de eend levert smaakvol vet en braadvocht, terwijl de mlinci juist ontworpen zijn om vocht op te nemen.
De eend krijgt twee ovenfasen. Eerst wordt hij bij 150 °C langzaam geroosterd. In die lange fase loopt veel vet uit en wordt het vlees gaarder zonder dat de huid al te donker wordt. De huid wordt vooraf droog gedept en alleen in de vette delen ingeprikt, zodat vet kan ontsnappen zonder diepe sneden in het borstvlees te maken.
Een glazuur van 60 ml citroensap, 40 g honing en 5 g tijm komt pas aan het einde op de vogel. Honing kleurt snel. Vroeg glaceren zou de huid kunnen verbranden voordat de eend veilig gaar is. Tijdens de eindfase gaat de oven naar 200 °C. De huid moet krokant en diep gekleurd worden, terwijl een voedselthermometer op drie plaatsen minstens 73.9 °C moet aangeven: in het binnenste deel van dij, binnenste deel van vleugel en het dikste deel van de borst, zonder bot te raken.
De mlinci worden pas tijdens de rusttijd van de eend klaargemaakt. 300 g droge mlinci gaan kort in 2000 ml kokend water tot ze buigzaam maar niet papperig zijn. Na goed afgieten worden ze met exact 100 ml gezeefd braadvocht en uitgebakken eendenvet omgeschept. Meer vet toevoegen kan de deegstukken zwaar maken.
Laat de eend 20 minuten rusten vóór aansnijden. Serveer vervolgens meteen met de glanzende, zachte mlinci. Restjes eend en mlinci gaan binnen 2 uur in ondiepe afgedekte bakjes bij 4 °C of lager en worden binnen 3–4 dagen gebruikt. Warm restjes door tot 73.9 °C.