Paradajz čorba: Servische tomatensoep met fijne noedels
Paradajz čorba kent in Servische huishoudens verschillende vormen. Sommige zijn helder en bevatten pasta, andere zijn dikker of worden gepureerd. Deze soep blijft aan de lichte kant: 1000 ml passata levert de tomatenbasis, 500 ml water houdt de soep vloeibaar en 120 g fijne noedels maakt haar vullender zonder dat het een pastagerecht wordt.
De ui wordt rustig zacht en glazig gebakken. Sterke bruining zou de directe tomatensmaak naar de achtergrond drukken. Knoflook gaat pas voor één minuut in de pan en blijft licht. Daarna krijgen passata, water, 5 g suiker, 8 g zout en 1 g zwarte peper 15 minuten om zacht te koken. Die fase is belangrijk omdat passata direct uit de fles scherper en rauwer kan smaken.
Suiker is hier geen zoetmaker in de klassieke zin. Vijf gram tempert de scherpe rand van tomaat, maar de soep moet duidelijk hartig en tomaatgericht blijven. Pas na die eerste kookfase gaan de droge noedels erbij. Ze hebben ongeveer 8 minuten nodig en geven een beetje zetmeel af aan de bouillon.
Stop zodra de noedels zacht zijn maar hun vorm nog houden. Doorkoken maakt ze papperig en zorgt ervoor dat ze tijdens bewaren nog meer vloeistof opnemen. Peterselie gaat pas van het vuur door de soep. Zo blijft de groene kleur duidelijker en wordt het aroma niet lang meegekookt.
Voor bewaren is de combinatie van warme vloeistof en pasta belangrijk. Verdeel restjes over ondiepe bakjes, zet binnen 2 uur bij 4 °C of lager in de koelkast en gebruik binnen 3–4 dagen. Warm een portie opnieuw door tot 73.9 °C. Als de noedels veel bouillon hebben opgenomen, kan een kleine afgemeten hoeveelheid water worden toegevoegd.