Krompiruša — opgerolde filodeegtaart met aardappel en ui
Krompiruša is een hartige pita waarin de vulling bewust eenvoudig blijft: aardappel, ui, zout en zwarte peper. Het karakter komt uit de verhouding tussen een dunne laag rauwe aardappel en knapperig filodeeg. De aardappel wordt grof geraspt, zodat de slierten tijdens het bakken zacht worden zonder in puree te veranderen.
Vochtbeheersing begint al bij het moment van zouten. Geraspte aardappel trekt na toevoeging van zout snel vocht. Daarom worden aardappelen en ui pas vlak voor het vullen gemengd en gekruid. Als het mengsel lang blijft staan, kan vrij vocht het filodeeg week maken en wordt de baktijd minder voorspelbaar.
De vulling wordt niet als dikke hoop op het deeg gelegd. Een ondiepe, gelijkmatige baan zorgt dat warmte snel genoeg door de aardappel komt. De rollen worden licht bevochtigd met zonnebloemolie en water; dat houdt het filodeeg buigzaam zonder de structuur te verzadigen. Te veel vulling per rol geeft een goudbruine buitenkant terwijl de kern nog rauw en zetmeelachtig kan zijn.
Kleur alleen is daarom niet voldoende om gaarheid te beoordelen. Na 40 minuten op 200 °C moet het filodeeg diep goudbruin zijn, maar vooral moet een mes zonder weerstand door de aardappelvulling gaan en mag er geen rauwe, knapperige aardappelsensatie overblijven. Laat de pita daarna 10 minuten rusten zodat stoom afneemt en de onderkant niet nat wordt bij het snijden.