Heljdopita met boekweitpannenkoeken, kaas en kajmak
Heljdopita en heljduša kunnen naar verschillende soorten boekweitgebak verwijzen. Hier gaat het om de gelaagde vorm uit de omgeving van Užice, Zlatar en Zlatibor: tien dunne pannenkoeken van boekweit- en tarwebloem worden afgewisseld met een vulling van verse witte kaas, kajmak en ei. Het is dus geen filodeegtaart, en juist die pannenkoekenstructuur bepaalt de werkwijze.
Voor de pannenkoeken worden gelijke gewichten boekweitmeel en tarwebloem gebruikt. Melk, bruiswater en ei maken een beslag dat iets dikker is dan gewoon crêpebeslag. Een rust van vijftien minuten geeft beide meelsoorten tijd om vocht op te nemen; daarna moeten de pannenkoeken dun, soepel en slechts licht gekleurd uit de pan komen. Krokante randen maken het stapelen moeilijker en breken bij het snijden.
De vulling is bewust dik: verkruimelde volle witte kaas, zachte kajmak en twee losgeklopte eieren. Ze wordt tot aan de rand van elke laag uitgesmeerd zodat de taart overal dezelfde ondersteuning krijgt. Na de laatste pannenkoek wordt de stapel vóór het bakken in porties gesneden en met een dun laagje vulling afgewerkt. Dat past bij de karakteristieke manier waarop deze gelaagde heljdopita wordt geserveerd.
Het ovenstadium bindt de lagen definitief. Bak op 200 °C tot de bovenkant goudbruin is en het midden van de ei-kaasvulling minstens 71 °C bereikt. Daarna heeft de taart nog tien minuten nodig om te zetten. Die korte afkoeling is technisch belangrijk: de vulling verstevigt genoeg om de lagen bij het optillen of opnieuw snijden op hun plaats te houden.
Heljdopita kan warm als stevig voorgerecht, ontbijt of lichte maaltijd worden gegeten. De pannenkoeken kunnen eerder op dezelfde dag worden gebakken en afgedekt bewaard, maar de rauwe eivulling hoort pas kort vóór het ovenbakken tussen de lagen te komen.