Gulaš met runderschouder, veel ui en paprikapoeder
Gulaš behoort tot de bredere Midden-Europese goulashfamilie en kent al lang Servische huisvarianten, onder meer in Vojvodina. De gekozen versie houdt de pot compact: rundvlees, veel ui, knoflook, mild en heet paprikapoeder, karwij en laurier. Tomaat wordt in deze uitvoering juist weggelaten.
De verhouding van 700 g runderschouder op 500 g ui is technisch belangrijk. De ui is hier niet alleen aromaat maar de belangrijkste binder van de saus. Twintig minuten langzaam garen op middellaag vuur is nodig om de ui volledig zacht en licht goud te krijgen. Als dit deel wordt afgeraffeld, blijft de saus later dun of grof.
Paprikapoeder vraagt daarna om snelheid. De pan wordt even weg van felle hitte gebracht, 12 g mild en 1 g heet paprikapoeder worden kort doorgeroerd en vrijwel direct gevolgd door het vlees. Zo komen de aroma’s los zonder dat de paprika donker en bitter wordt. De rundblokjes mogen aan de buitenkant kleur krijgen, maar de echte malsheid komt pas later.
De lange fase duurt 80 minuten op laag vuur met 2 g licht gekneusd karwijzaad, ongeveer 2 laurierblaadjes, 10 g zout, 2 g zwarte peper en maximaal 800 ml heet water. Het vlees bereikt vroeg in deze fase minstens 63 °C, maar die veilige temperatuur is niet het culinaire eindpunt. Runderschouder moet verder tot hij met een vork gemakkelijk uit elkaar gaat en de ui vrijwel in de saus is verdwenen.
Aan het einde worden de laurierblaadjes verwijderd. Er komt geen bloem bij: de uiteindelijke dikte moet uit ui en reductie komen. De saus hoort het vlees en de lepel te bedekken zonder pasta-achtig te worden. Na koelen kan hij nog verder indikken, waardoor voorzichtig opwarmen met alleen zo nodig een klein scheutje water voldoende is.