Oostenrijkse zoete keuken · Gevulde knoedels · Recept
Powidltascherl met pruimenmoes en walnootkruim
Halvemaanvormige aardappeldeegknoedels met dikke ongezoete pruimenmoes, gepocheerd en afgewerkt met boter, broodkruim, walnoten en kaneel.
Categorie: Dessert/Keuken: Oostenrijk/Moeilijkheid: Uitdagend/Totale tijd: 2 uur 15 min

De brede uitsnede toont de gelijkmatige aardappeldeegwand, de gesloten randen en de dikke Powidl in het aangesneden stuk.
Powidltascherl recept met droge aardappel en dikke Powidl
Voor dit Powidltascherl recept moeten zowel de aardappelbasis als de pruimenvulling opvallend droog zijn. Powidltascherl zijn kleine gevulde deegkussens met een kern van Powidl, een zeer dikke pruimenmoes die lang wordt ingekookt en vaak weinig of geen toegevoegde suiker bevat. De naam Tascherl verwijst naar het zakje of envelopje dat het deeg rond de vulling vormt. Na pocheren krijgen de halve manen een laag van goudbruin broodkruim, boter, walnoten, kaneel en een lichte sluier poedersuiker.
Het deeg wordt gemaakt van droge, kruimige aardappelen. Bloemige aardappelen worden in de schil gekookt, heet gepeld en direct door een pureeknijper gedrukt. Daarna moeten zij volledig uitdampen en afkoelen. Water is de grootste vijand: natte aardappelen vragen meer bloem, en meer bloem maakt de knoedel rubberachtig. Een dunne laag op een bakplaat koelt sneller en verliest meer stoom dan een diepe kom puree.
De vulling blijft binnen wanneer Powidl dik is en de deegrand volledig schoon blijft.
Bloem, griesmeel, eidooier, boter en zout worden kort door de afgekoelde aardappel gewerkt. Lang kneden ontwikkelt gluten en maakt het deeg taai. Het doel is een massa die glad uitrolt zonder te plakken, maar nog duidelijk naar aardappel smaakt. De exacte hoeveelheid bloem kan licht variëren. Daarom wordt een klein stukje in water gepocheerd voordat het hele vel wordt uitgerold.
Powidl moet zo dik zijn dat een lepelvorm blijft staan. Dunne pruimenjam ontsnapt tijdens het koken en maakt de naden glad. De vulling kan met kaneel en een kleine hoeveelheid rum worden gekruid, maar deze versie gebruikt alleen citroenrasp en kaneel, zodat het fruit centraal blijft. Kleine hoopjes gaan met voldoende tussenruimte op één helft van de deegcirkels. De randen blijven schoon en droog.
De halve manen worden met de vingers en daarna met een vork gesloten. Een dubbele sluiting geeft zekerheid, maar mag de rand niet te dik maken. In zacht kokend water hebben de tascherl slechts enkele minuten nodig. Wanneer zij boven komen, gaart het deeg nog twee tot drie minuten door. Hard koken kan de naden openen en de kwetsbare punten tegen de panwand slaan.
Walnoten geven aan het boterkruim een aardse, licht bittere toon die goed bij donkere pruimen past. Het kruim wordt eerst in boter gebakken; noten gaan pas later erbij om verbranden te voorkomen. De warme, vochtige tascherl worden meteen door het mengsel gehaald. Zo blijft de vulling donker en geconcentreerd, het deeg zacht en de buitenkant korrelig en geurend.
De aardappelsoort verdient aandacht vóór het koken. Vastkokende aardappelen bevatten te veel vocht en te weinig los zetmeel voor een licht deeg. Ze kunnen wel worden gebruikt, maar vragen meer bloem en leveren een steviger resultaat. Bloemige aardappelen die droog uit de oven of stoom komen zijn betrouwbaarder dan waterige oude knollen. Bij twijfel wordt de puree na het persen gewogen: een zichtbaar nat oppervlak krijgt extra tijd om uit te dampen, niet automatisch een grote hand bloem.
Restdeeg wordt slechts eenmaal opnieuw uitgerold. Iedere extra bewerking vraagt meer bloem op het werkvlak en maakt de laatste tascherl stugger. Kleine onregelmatige resten kunnen beter tot een proefknoedel worden gevormd dan herhaald in het hoofddeeg te worden gekneed. Koel werken houdt de aardappelstructuur droog en de uitgerolde randen soepel en precies.
Tascherllijn — aardappel drogen, vullen en zacht pocheren
Recept in het kort. Bloemige aardappelen koken in de schil, worden heet gepeld en door een pureeknijper gedrukt. Na volledig afkoelen mengen zij kort met bloem, griesmeel, eidooier, boter en zout tot een soepel deeg. Uitgerolde cirkels krijgen een kleine hoeveelheid dikke pruimenmoes, waarna de randen zorgvuldig worden gesloten tot halve manen. De tascherl pocheren in zacht bewegend water tot zij drijven en nog enkele minuten doorgegaard zijn. Broodkruim bakt goudbruin in boter; walnoten, suiker en kaneel gaan er op het einde bij. De uitgelekte knoedels rollen meteen door het warme kruim en worden per twee geserveerd.
Ingrediënten
Voor het aardappeldeeg
- 700 g bloemige aardappelen — in de schil gekookt gewicht
- 180 g tarwebloem — plus weinig voor het uitrollen
- 50 g fijn griesmeel — voor een stabiele structuur
- 1 eidooier — bindt zonder te veel vocht
- 40 g gesmolten boter — afgekoeld voor het deeg
- 5 g fijn zout — gelijkmatig verdelen
Voor de vulling
- 250 g dikke Powidl-pruimenmoes — moet stevig op een lepel blijven staan
- 1/2 tl kaneel — door de pruimenmoes
- 1 tl fijne citroenrasp — voor frisheid
Voor het walnootkruim
- 120 g droog broodkruim — fijn en ongekruid
- 80 g boter — voor goudbruin bakken
- 60 g walnoten, fijngehakt — pas laat toevoegen
- 50 g fijne kristalsuiker — buiten het vuur mengen
- 1/2 tl kaneel — door het kruim
- 15 g poedersuiker — voor serveren
Bereiding stap voor stap
Aardappeldeeg
Kook en droog de aardappelen
Kook de aardappelen in de schil 25–30 minuten tot gaar. Pel heet, druk door een pureeknijper op een bakplaat en spreid dun uit. Laat 40–45 minuten volledig afkoelen en uitdampen.
Meng kort
Strooi bloem, griesmeel en zout over de aardappel. Voeg eidooier en gesmolten boter toe en breng snel samen tot een glad deeg. Kneed zo kort mogelijk.
Test de binding
Pocheer een klein deegbolletje 3 minuten. Valt het uiteen, werk dan 10–15 g extra bloem door het deeg; blijft het heel, rol meteen uit.
Vullen en sluiten
Kruid de Powidl
Meng pruimenmoes met kaneel en citroenrasp. Zet koel terwijl het deeg wordt uitgerold.
Steek cirkels uit
Rol het deeg op een licht bebloemd werkvlak 4 mm dik uit. Steek twaalf cirkels van 10–11 cm uit en houd restdeeg afgedekt.
Vul bescheiden
Leg ongeveer 20 g Powidl op één helft van elke cirkel. Houd rondom minstens 1,5 cm schone deegrand.
Sluit dubbel
Bestrijk de rand heel licht met water, vouw tot een halve maan en druk lucht rond de vulling weg. Knijp dicht en druk de rand vervolgens met een vork aan.
Pocheren en kruim
Pocheer in porties
Breng ruim licht gezouten water aan de kook en verlaag tot zacht bewegen. Pocheer zes tascherl tegelijk 5–7 minuten; na het drijven hebben zij nog 2–3 minuten nodig.
Bak het kruim
Smelt boter in een brede pan en bak broodkruim 5–6 minuten goudbruin. Voeg walnoten toe en bak nog 2 minuten. Neem van het vuur en meng suiker en kaneel erdoor.
Rol en serveer
Laat de tascherl kort uitlekken en wentel ze direct door het warme kruim. Serveer twee stuks per persoon en bestuif licht met poedersuiker.
Serveren, bewaren en variëren
Serveren
Powidltascherl worden warm geserveerd, met voldoende kruim rondom. Een lepel zure room kan ernaast voor contrast, maar dunne saus maakt de buitenlaag snel zacht.
Bewaren en invriezen
Gekookte tascherl blijven twee dagen gekoeld en worden zacht in een pan met boter opgewarmd. Ongekookte gevulde stuks kunnen op een plaat worden ingevroren en daarna verpakt. Pocheer bevroren tascherl enkele minuten langer zonder eerst te ontdooien.
Vier variaties
Dikke abrikozenmoes geeft een lichtere fruitvulling. Maanzaad kan de walnoten vervangen. Een aardappeldeeg met een derde kwark wordt zachter maar vraagt goed uitgelekte zuivel. Voor een minder zoete afwerking wordt suiker uit het kruim weggelaten en alleen poedersuiker op het bord gebruikt.
Drie sluitpunten
De Powidl wordt koud en in kleine porties gebruikt. Vulling raakt de rand niet, want vet of jam verhindert hechting. Lucht wordt rond de vulling weggedrukt voordat de vork de rand verzegelt.
Materiaal
Een pureeknijper, deegroller, ronde uitsteker, vork, ruime kookpan, schuimspaan en brede koekenpan zijn nodig. De pureeknijper geeft een droge, fijne aardappelstructuur zonder lijmachtig te mengen.
Voedingswaarden per portie
- Calorieën
- ≈ 505 kcal
- Koolhydraten
- ≈ 74 g
- Eiwitten
- ≈ 9 g
- Vetten
- ≈ 19 g
- Vezels
- ≈ 6 g
- Natrium
- ≈ 220 mg
Portiegrootte: 2 tascherl. Belangrijkste allergenen: gluten, melk, eieren, walnoten. De waarden zijn benaderingen op basis van standaardreferenties; merken, bijsnijden, vetopname en portieverdeling kunnen het werkelijke resultaat wijzigen.
De halve maan blijft dicht door droge aardappel, dikke pruimenmoes en een schone rand.
Powidltascherl combineren een kwetsbaar deeg met een krachtige vulling. Wanneer de aardappelen goed uitdampen en de naden rustig worden gesloten, blijft de pruimenmoes precies waar zij hoort. Warm walnootkruim geeft daarna de droge, geurige buitenlaag.