Oostenrijkse keuken · Dessert en gebak · Recept
Apfelstrudel met dun getrokken deeg en kaneelappels
Elastisch deeg rust tot het zonder scheuren over een doek kan worden uitgetrokken. Geroosterd broodkruim vangt appelsap op, terwijl friszure appels, rozijnen, walnoten en kaneel een losse vulling vormen. De rol bakt heet tot de lagen droog en goudbruin zijn.
Gang: Dessert en gebak/ Keuken: Oostenrijk/ Moeilijkheid: Gevorderd/ Methode: Kneden, uitrekken en bakken/ Totale tijd: 2 uur 30 min

De brede foto laat de volledige rol en een dikke plak zien; de korst is goudbruin en de appelvulling blijft herkenbaar.
Dun deeg voor het Apfelstrudel recept
Bij een aangesneden strudel moeten dunne korstlagen los rond herkenbare appelreepjes liggen. Het Apfelstrudel recept staat of valt met een deeglaag die dunner is dan gewone taartbodem en sterker dan filodeeg uit een verpakking. Strudel wordt sterk met Oostenrijk en vooral Wenen verbonden, binnen een bredere Midden-Europese baktraditie van dun uitgetrokken deeg rond zoete of hartige vullingen. De appelversie is herkenbaar door friszure vruchten, rozijnen, kaneel en een droge component die sap opvangt. Een goede plak toont afzonderlijke appelstukjes en dunne korstlagen; hij bevat geen natte, samengeperste appelpasta.
Het deeg bestaat uit bloem, warm water, olie en zout. Het lijkt eenvoudig, maar vraagt voldoende kneden en rust. Tien minuten stevig kneden maakt de massa glad en elastisch. Daarna krijgt het deeg een dunne olielaag en rust het dertig minuten onder een warme kom. Tijdens die rust ontspant het glutennetwerk. Zonder rust veert het deeg bij iedere trek terug en scheurt het aan de randen. Te veel bloem tijdens het uitrollen droogt het oppervlak; daarom wordt alleen de doek licht bestoven en blijft het deeg zelf soepel.
Broodkruim is geen opvulling; het bewaakt de grens tussen sappige appel en krokant deeg.
Uitrekken gebeurt van binnen naar buiten. Eerst wordt de bol met een deegroller tot een brede schijf gebracht. Daarna gaan de met bloem bestoven handruggen onder het deeg en bewegen zij rustig naar de randen. Vingertoppen zouden kleine gaten prikken. Het midden wordt bijna doorschijnend; de verdikte rand wordt pas aan het einde weggesneden. Een klein gaatje is niet fataal en kan met een dun stukje randdeeg worden afgedekt. Meerdere scheuren naast elkaar wijzen meestal op te weinig kneden, te korte rust of een droge deegkorst.
De vulling wordt pas vlak voor het rollen gemengd. Appels verliezen direct sap zodra suiker en zout contact maken met de cellen. Friszure, stevige rassen worden in dunne reepjes gesneden, niet geraspt. Rozijnen weken kort in rum of appelsap en worden uitgelekt. Walnoten geven vet en beet. Geroosterd broodkruim is technisch onmisbaar: het wordt in boter goudbruin en vormt een absorberende laag tussen deeg en fruit. Daardoor blijft de bodem krokant en loopt appelsap niet door een kwetsbare naad.
De vulling ligt in een brede strook op het eerste derde deel van het deeg. Met behulp van de doek wordt de strudel opgerold zonder met handen in de dunne huid te knijpen. De zijkanten worden eenmaal naar binnen gevouwen. De naad eindigt onderaan op de bakplaat. Gesmolten boter gaat tussen enkele eerste rollen en over de buitenkant. Bij 200 °C zet het deeg snel, verdampt appelsap en ontstaat kleur. Na 45 minuten klinkt de korst droog bij een lichte tik en borrelt er geen rauw sap meer uit de naden.
In dit Apfelstrudel recept hoort een eenvoudige vanillesaus bij de portie, passend bij de zichtbare presentatie op de foto. De saus wordt afzonderlijk met eidooier gebonden en mag niet koken. Strudel rust minstens twintig minuten voordat hij wordt gesneden; eerder snijden duwt hete vulling uit de rol en breekt de korst in grote scherven. Lauw is de balans het best: de appel is nog aromatisch, het deeg blijft krokant en de saus geeft vocht zonder in de rol te trekken.
Van deegbol tot krokante rol
Recept in het kort. Bloem, warm water, olie en zout worden tien minuten tot elastisch deeg gekneed en dertig minuten warm gerust. Broodkruim wordt in boter goudbruin geroosterd. Het deeg wordt over een doek bijna doorschijnend uitgetrokken, met boter bestreken en bedekt met broodkruim. Appelreepjes, rozijnen, walnoten, suiker, kaneel, citroen en zout vormen de vulling. Met de doek wordt een stevige rol gemaakt die 45 minuten bij 200 °C bakt. Ondertussen bindt de vanillesaus onder het kookpunt. De strudel rust twintig minuten, wordt met poedersuiker bestoven en in tien plakken gesneden. De rol ligt met de naad beneden, zodat de vulling tijdens het bakken stevig opgesloten blijft.
Ingrediënten
Voor deeg en vulling
- 300 g tarwebloem — plus 15 g voor de doek
- 150 ml warm water — ongeveer 35 °C
- 30 ml neutrale olie — plus een dun laagje voor het rusten
- 5 g fijn zout — verdeeld over deeg en vulling
- 1,2 kg friszure appels — geschild en in dunne reepjes
- 120 g kristalsuiker — voor de appelvulling
- 100 g rozijnen — kort geweekt en uitgelekt
- 50 ml donkere rum of appelsap — voor de rozijnen
- 100 g walnoten — grof gehakt
- 120 g fijn broodkruim — voor vochtopname
- 100 g ongezouten boter — verdeeld over kruim en deeg
- 2 tl gemalen kaneel — door de appels
- 20 ml citroensap — tegen verkleuring
- 1 tl fijn geraspte citroenschil — door de vulling
- 30 g poedersuiker — voor afwerking
Voor de vanillesaus
- 500 ml volle melk — voor de saus
- 1 vanillestokje — opengesneden en uitgeschraapt
- 4 grote eidooiers — voor binding
- 60 g kristalsuiker — voor de saus
- 15 g maïszetmeel — voor stabiele dikte
Bereiding, stap voor stap
Deeg en voorbereiding
Kneed het strudeldeeg
Meng 300 g bloem, water, olie en 3 g zout. Kneed 10 minuten stevig tot het deeg glad, warm en elastisch is. Bestrijk dun met olie, dek af met een warme kom en laat 30 minuten rusten.
Rooster het broodkruim
Smelt 50 g boter in een pan, voeg broodkruim toe en bak 6–8 minuten op middellaag vuur. Roer voortdurend.
Maak de vulling
Meng appelreepjes pas vlak voor het vullen met 120 g suiker, rozijnen, walnoten, kaneel, citroensap, citroenschil en de resterende 2 g zout.
Uitrekken, rollen en bakken
Trek het deeg dun
Rol het deeg op een licht bebloemde doek uit en rek het daarna met de handruggen van binnen naar buiten. Snijd de dikke rand weg.
Vul en rol
Bestrijk het deeg met 25 g gesmolten boter, verdeel broodkruim over twee derde en leg de appelvulling in een brede strook. Vouw de zijkanten in en rol met behulp van de doek op.
Bak goudbruin
Leg met de naad omlaag op een beklede bakplaat, bestrijk met de resterende 25 g boter en bak 45 minuten bij 200 °C. Bestrijk halverwege nogmaals met vet van de plaat.
Bind de vanillesaus
Verwarm melk met vanille. Klop eidooiers, 60 g suiker en maïszetmeel glad, voeg warme melk toe en verwarm roerend tot 82–84 °C.
Laat rusten en snijd
Laat de strudel 20 minuten rusten. Bestuif met poedersuiker en snijd met een gekarteld mes in tien plakken. Serveer met warme of lauwwarme vanillesaus.
Serveren, bewaren en variëren
Serveren
Apfelstrudel smaakt het best lauw, met vanillesaus naast of onder de plak en niet over de hele korst. Ongezoete slagroom kan de saus vervangen. Koffie of zwarte thee past bij de boterige korst zonder extra zoetheid toe te voegen.
Bewaren en opwarmen
Zonder saus blijft strudel twee dagen luchtdicht op een koele plaats of vier dagen in de koelkast. Vanillesaus blijft twee dagen gekoeld. Plakken worden 8–10 minuten bij 170 °C verwarmd; de magnetron maakt het deeg zacht. Invriezen kan tot twee maanden, het liefst in afzonderlijke plakken zonder poedersuiker of saus.
Variaties en vervangingen
Vier uitvoerbare varianten zijn: rozijnen volledig weglaten en 50 g extra appel gebruiken; een derde van de appels door stevige peer vervangen; amandelen in plaats van walnoten; of een plantaardige versie met vegan boter en vanillesaus van haverdrink, maïszetmeel en vanille zonder eidooier.
Chef-tips
De doek wordt royaal genoeg gekozen om de rol met één beweging op te tillen. Appels worden pas na het uitrekken met suiker gemengd. Een gekarteld mes zaagt rustig door de korst; neerwaartse druk met een glad mes plet de lagen.
Benodigde uitrusting
Een grote tafel, schone katoenen doek, deegroller, bakplaat, brede pan voor broodkruim, keukenweegschaal en gekarteld mes zijn nodig. De vrije tafelruimte is technisch belangrijk: het deeg moet rondom bereikbaar zijn zonder tegen servies of randen te scheuren.
Voedingswaarden per portie
- Calorieën
- ≈ 545 kcal
- Koolhydraten
- ≈ 82 g
- Eiwit
- ≈ 10 g
- Vet
- ≈ 21 g
- Vezels
- ≈ 5 g
- Natrium
- ≈ 170 mg
Portiegrootte: 1 plak met vanillesaus. Belangrijkste allergenen: gluten, melk, ei en walnoten; rozijnen kunnen sulfieten bevatten. De waarden zijn benaderingen op basis van standaardreferenties en alle geconsumeerde ingrediënten; merken, uitgelekt vocht, vetopname en portieverdeling kunnen het werkelijke resultaat veranderen.
De rol wordt krokant door een dunne huid en een droge grens van geroosterd kruim rond het fruit.
Apfelstrudel vraagt meer handgevoel dan ingewikkelde apparatuur. Goed gekneed en gerust deeg laat zich bijna transparant trekken; broodkruim beheert het appelsap en een korte rust na het bakken houdt iedere plak herkenbaar. De vanillesaus blijft daarbij een begeleiding, geen dekmantel.