Dalmatisch lamsgebraad met aardappelen

Langzaam gegaard lam met goudbruine aardappelen

Kroatische keuken · Hoofdgerecht · Recept

Dalmatisch lamsgebraad met knoflook en rozemarijnboven goudbruine aardappelen

Lamschouder gaart eerst afgedekt met aardappelen, knoflook, rozemarijn, witte wijn en bouillon, daarna onbedekt tot vlees en randen diep kleuren.

  • Categorie: Hoofdgerecht
  • Keuken: Kroatische keuken
  • Methode: Ovenbraden
  • Moeilijkheid: Gemiddeld
Opbrengst
6 porties
Voorbereiding
25 min
Braden
2 uur 30 min
Rust
20 min
Totaal
3 uur 15 min
Per portie
≈ 760 kcal
Brede braadslede met Dalmatisch lamsgebraad, aardappelen en rozemarijn op een lichte tafel
Lamschouder en grote aardappelparten na de onbedekte braadfase, met diep gekleurde randen.

Achtergrond, smaak en techniek

Lamsvlees en aardappelen delen in de Dalmatische keuken vaak dezelfde braadpan. Het vlees geeft vet en gelatine af, de aardappelen nemen een deel daarvan op en rozemarijn, knoflook en wijn verbinden de twee. Traditionele bereidingen onder een metalen stolp en hete as hebben hun eigen warmteverloop; deze versie is bewust voor een gewone oven geschreven. Zij probeert dat proces niet te kopiëren, maar gebruikt hetzelfde technische uitgangspunt: eerst vochtige, omsloten warmte om bindweefsel zacht te maken, daarna droge hitte om kleur en concentratie te ontwikkelen.

Eerst omsloten warmte voor malsheid, daarna open ovenwarmte voor kleur: beide fasen zijn nodig voor hetzelfde braadstuk.

Lamschouder is geschikter dan een zeer mager deel. Bot, vet en bindweefsel beschermen het vlees tijdens de lange garing en leveren een volle braadjus. De stukken worden ruim gezouten en kort op kamertemperatuur gebracht, zodat het oppervlak droog genoeg is om later te kleuren. Aardappelen worden groot gesneden. Kleine blokjes zouden tijdens tweeënhalf uur garen uit elkaar vallen; dikke parten blijven herkenbaar en krijgen een zachte, bijna romige kern.

De braadslede wordt niet volgestapeld. Uien en aardappelen vormen een losse bodem, waarna de stukken lam met de vettere zijde bovenop liggen. Witte wijn en bouillon worden langs de rand toegevoegd, niet over het vlees, zodat zout, peper en rozemarijn op het oppervlak blijven. Een goed sluitend deksel of een dubbele laag folie houdt de eerste fase vochtig. De vloeistof hoeft het vlees niet te bedekken; stoom en de natuurlijke sappen zijn voldoende om langzaam te garen.

Na ongeveer honderd minuten is het vlees al gaar, maar nog niet volledig zacht. Het deksel gaat eraf, de oven wordt iets heter en aardappelen worden voorzichtig door het braadvocht gekeerd. Nu verdampt water, vet concentreert zich aan het oppervlak en suikers uit ui en wijn kleuren de randen. Voor lamschouder is de wettelijke minimumtemperatuur van een heel stuk vlees niet het einddoel. Het recept mikt op ongeveer 88–92 °C in het dikste deel, omdat collageen dan voldoende is omgezet en een vork makkelijk tussen de vezels glijdt.

Rust na het braden is functioneel. Twintig minuten onder losjes aangebrachte folie laat de sappen stabiliseren en geeft tijd om overtollig vet van de braadjus te scheppen. De aardappelen blijven in de warme slede, waar hun randen stevig blijven en de kern vocht vasthoudt. Citroensap wordt pas aan het einde over de jus verdeeld. Het maakt de pan niet zuur, maar brengt helderheid bij rijk lamsvet. Het bord heeft daarna weinig nodig: vlees, aardappel, een lepel jus en eventueel een bittere groene salade.

Na het rusten van het vlees worden de braadsappen niet achteloos over de schaal gegoten. Eerst wordt zichtbaar vet afgeschept, daarna worden de bruine aanbaksels met een kleine hoeveelheid heet water of bouillon losgemaakt. Die geconcentreerde vloeistof wordt geproefd voordat zij over aardappelen en plakken lam gaat, want het vocht bevat al zout uit de kruiding en kan sterk zijn ingekookt. Voor een gelijkmatige korst liggen de aardappelen in één laag en worden ze halverwege omgekeerd. Zo blijft de onderzijde niet bleek en krijgt elke helft contact met rozemarijn, knoflook en braadvocht. Ook de serveerschaal wordt vooraf verwarmd.

Ingrediënten

Voor lam en aardappelen

  • 2,4 kg lamschouder met bot, in 4–6 grote stukken
  • 1,5 kg vastkokende aardappelen, in dikke parten
  • 250 g gele ui, in parten
  • 1 hele bol knoflook, tenen los en ongepeld
  • 15 g verse rozemarijnnaalden, grof gehakt
  • 60 ml extra vierge olijfolie
  • 18 g fijn zeezout
  • 3 g versgemalen zwarte peper

Voor het braadvocht

  • 250 ml droge witte wijn
  • 250 ml natriumarme lams- of kippenbouillon
  • 2 laurierbladeren
  • 30 ml citroensapPas na het braden toevoegen.

Bereiding, stap voor stap

Opbouw van de braadslede

  1. Verwarm en kruid

    Verwarm de oven tot 170 °C. Dep het lamsvlees droog en wrijf het in met zout, peper, rozemarijn en 30 ml olijfolie.

  2. Schik de aardappelen

    Meng aardappelen, ui en knoflooktenen in de braadslede met de resterende olijfolie. Leg het lam erbovenop met de vettere zijde naar boven.

  3. Voeg vocht langs de rand toe

    Giet wijn en bouillon langs de binnenrand van de slede en voeg laurier toe. Sluit goed af met een deksel of dubbele folie.

Langzaam garen en bruinen

  1. Braad afgedekt

    Braad 1 uur 40 minuten zonder de pan te openen. De vloeistof moet zacht borrelen en het vlees hoort al met een vork mee te geven.

  2. Kleur in de open oven

    Verwijder het deksel, keer de aardappelen voorzichtig en verhoog de oven tot 200 °C. Braad nog 40–50 minuten, bedruip eenmaal en stop wanneer het lam diepbruin is en 88–92 °C in de kern bereikt.

  3. Laat rusten en maak de jus af

    Leg het lam losjes afgedekt 20 minuten op een warme schaal. Schep overtollig vet van het braadvocht, verwijder laurier, roer citroensap erdoor en proef op zout.

Serveren, bewaren en praktische aanpassingen

Serveren en combineren

Verdeel lam en aardappelen over warme borden en geef per portie een lepel ontvet braadvocht. Een salade van rucola, radicchio of gekookte snijbiet biedt voldoende tegenwicht.

Bewaren en opnieuw verwarmen

Koel vlees, aardappelen en jus binnen 2 uur terug en bewaar maximaal 3 dagen bij 4 °C. Verwarm afgedekt met een scheut bouillon tot zowel vlees als aardappel overal minstens 74 °C bereiken. Invriezen kan 3 maanden; aardappelen worden iets korreliger.

Vier werkbare variaties

  • Gebruik lamsschenkels en verleng de afgedekte fase met ongeveer 30 minuten.
  • Vervang de helft van de aardappelen door wortel en venkel, in even grote stukken.
  • Voeg 10 g verse salie toe naast rozemarijn voor een aardser aroma.
  • Gebruik alleen bouillon en voeg aan het einde 20 ml extra citroensap toe voor een wijnvrije versie.

Drie observaties uit de testkeuken

  1. Een diepe maar niet overvolle braadslede laat stoom circuleren en geeft later ruimte voor bruining.
  2. Giet vloeistof naast het vlees om de kruidenlaag op het oppervlak te behouden.
  3. De hoge eindtemperatuur is hier een malsheidsdoel voor schouder, niet alleen een voedselveiligheidsgrens.

Benodigde uitrusting

  • Ruime metalen braadslede met deksel
  • Vleesthermometer
  • Tang
  • Kleine pollepel voor ontvetten
  • Snijplank met groef

Voedingswaarden per portie

Calorieën
≈ 760 kcal
Koolhydraten
≈ 38 g
Eiwitten
≈ 54 g
Vetten
≈ 40 g
Vezels
≈ 5 g
Natrium
≈ 850 mg

Portie: 1 portie (ongeveer 500 g). Belangrijkste allergenen: Het recept bevat sulfieten uit witte wijn. Gebruik extra natriumarme bouillon en 15 ml citroensap wanneer wijn of sulfieten vermeden moeten worden. Schatting: De waarden gebruiken een geschatte eetbare hoeveelheid vlees na botverlies en rekenen met een deel van het achterblijvende vet. Snit, trimming en opgenomen braadjus veroorzaken de grootste variatie.

Slotbeeld

De aardappelen dragen de jus, terwijl het lam door lange, vochtige garing zacht wordt en pas aan het einde zijn korst krijgt.

De methode vraagt vooral een duidelijke overgang tussen afgedekt en onbedekt braden. Zodra die twee fasen correct zijn, werkt dezelfde pan voor zowel vlees, aardappel als jus.

Dit artikel delen
Geen reacties