Griekse paassoep · orgaanvlees en ei-citroen
Magiritsa met lamsorgaanvlees, romainesla, rijst, dille en een gladde avgolemonobouillon
Hart, long, lever en schoongemaakte lamsdarm worden afzonderlijk geblancheerd, klein gesneden en met bosui, romainesla, rijst en kruiden zacht gekookt. Getempereerde avgolemono geeft de bouillon lichte binding en frisse citroen zonder dat het ei stolt.

- Opbrengst
- 8 kommen
- Voorbereiding
- 55 min
- Bereiding
- 1 u 15 min
- Rusttijd
- 15 min
- Totale tijd
- 2 u 25 min
- Per portie
- ≈ 430 kcal
01 · Techniek en logica van het gerecht
Afzonderlijke gaartijden houden de lever mals en de bouillon helder
Stevige organen beginnen eerder, lever gaat later in de pan en avgolemono wordt pas na een korte afkoeling toegevoegd.
Magiritsa wordt in Griekenland verbonden met de maaltijd na de paasnacht, maar technisch gezien is het vooral een zorgvuldig opgebouwde soep. Hart, long, lever en lamsdarm hebben verschillende texturen en mogen daarom niet als één uniforme massa worden behandeld. Het stevige hart en de darm krijgen de langste gaartijd; lever wordt later toegevoegd om droog en korrelig vlees te voorkomen. Alles wordt in kleine, vergelijkbare stukjes gesneden, zodat elke lepel een evenwichtige hoeveelheid orgaanvlees, rijst, sla en kruiden bevat.
De organen worden kort geblancheerd en het eerste water wordt weggegooid. Dat verwijdert schuim en losse deeltjes en geeft een schonere bouillon. De schoongemaakte darm komt uitsluitend van een betrouwbare slager en wordt behandeld volgens diens instructies. Na het blancheren wordt alles zorgvuldig afgekoeld en gesneden. Lever blijft apart tot de soepbasis al op smaak is. Deze scheiding maakt het mogelijk om de sterkere structuren zacht te krijgen zonder de kwetsbaarste component te overgaren.
Bosui wordt zacht in olijfolie gegaard voordat hart, long en darm erbij komen. Hete, ongezouten bouillon houdt de temperatuur stabiel. Rijst en fijngesneden romainesla gaan later in de pan en koken achttien tot twintig minuten, tot de rijst zacht maar nog herkenbaar is. Lever heeft minder tijd nodig en wordt pas in de laatste fase toegevoegd. Een stukje hart of darm uit het midden van de pan moet minimaal 74 °C bereiken voordat de soep van het vuur gaat.
Dille en peterselie worden royaal maar laat gebruikt. Dille bepaalt het kenmerkende aroma, terwijl peterselie een frissere groene toon geeft. Lang koken zou beide kruiden dof maken. Romainesla levert naast kleur ook zachte plantaardige zoetheid; de binnenste ribben mogen mee, omdat ze in dezelfde tijd mals worden als de rijst. Beschadigde of sterk bittere buitenbladeren blijven weg, zodat ze de delicate verhouding tussen citroen, ei en bouillon niet overheersen.
Voor avgolemono worden eieren en citroensap gladgeklopt. Hete bouillon gaat er langzaam en al kloppend bij, zodat de temperatuur geleidelijk stijgt. De getempereerde vloeistof wordt buiten hevige hitte terug in de pan geroerd. Vanaf dat moment mag de soep niet meer koken. Koken laat het ei schiften; rustige warmte geeft een lichte, gelijkmatige binding. Tien minuten rust maken de bouillon iets voller en verdelen de zure, kruidige en hartige smaken.
Magiritsa wordt warm maar niet gloeiend heet geserveerd, met zwarte peper en extra citroen aan tafel. Brood is voldoende als begeleiding. De soep koelt binnen twee uur af en blijft maximaal twee dagen in de koelkast. Bij opwarmen komt zo nodig extra bouillon erbij, omdat de rijst blijft absorberen. Langzaam verwarmen en voortdurend roeren voorkomt koken van de avgolemono; het orgaanvlees moet wel opnieuw 74 °C bereiken.
De dikte van de soep wordt pas na de rust beoordeeld. Rijst geeft tijdens het staan nog zetmeel af en neemt bouillon op, waardoor een aanvankelijk vrij vloeibare pan vanzelf voller wordt. Voeg vóór het tempereren daarom niet uit voorzorg extra rijst toe. Is de soep na tien minuten toch te dik, dan kan een kleine hoeveelheid hete ongezouten bouillon rustig worden ingeroerd. Citroensap wordt aan tafel apart aangeboden, zodat iedere portie frisser kan worden gemaakt zonder de hele pan zuurder of kwetsbaarder voor schiften te maken.
Organen afzonderlijk behandelen
Hart, long en darm beginnen eerder; lever komt later om mals te blijven.
Eerste blancheerwater weggooien
Zo blijven bouillon en aroma schoner en minder zwaar.
Rijst 18–20 minuten koken
De korrels worden zacht maar vallen niet uiteen in de soep.
Na avgolemono niet meer koken
Getempereerd ei bindt bij rustige warmte en schift bij borrelende hitte.
02 · Nauwkeurig afgewogen onderdelen
Ingrediënten voor 8 kommen
De hoeveelheden volgen de vastgelegde receptversie; groepen worden alleen gebruikt voor werkelijk afzonderlijke onderdelen.
Lamsorgaanvlees
- 300 glamshart, schoongemaakt
- 250 glamslongDoor de slager voorbereid en geschikt om te koken.
- 250 glamslever, schoongemaaktNa het snijden apart houden.
- 300 gschoongemaakte lamsdarmenVolledig gereinigd door een betrouwbare slager.
- 2 lkoud waterVoor het blancheren.
Soepbasis
- 45 mlextra vierge olijfolie
- 250 gbosuien, in dunne ringenWitte en groene delen.
- 1,5 longezouten lams- of kippenbouillonHeet.
- 500 gromainesla, in repen van 2 cmOok de zachte binnenste ribben gebruiken.
- 100 grondkorrelrijst, afgespoeld
- 30 gverse dille, gehakt
- 15 gplatte peterselie, gehakt
- 1½ tlfijn zeezoutAanpassen aan de bouillon.
- 1 tlversgemalen zwarte peper
Avgolemono
- 3grote eierenOp kamertemperatuur.
- 120 mlvers citroensapGezeefd.
- 300 mlhete soepbouillonUit de pan om te tempereren.
03 · 10 uitvoerbare stappen
Voorbereiden en garen in duidelijke volgorde
Temperatuur, duur en zichtbare gaartekens staan bij elke stap waar een nieuwe beslissing nodig is.
Organen schoonmaken, blancheren en snijden
ca. 35 minKoud houden en volgens aanwijzing reinigen
Houd al het orgaanvlees koud. Maak hart en lever schoon en behandel de door de slager gereinigde darmen volgens diens aanwijzingen zonder omliggende oppervlakken te bespatten.
De stukken zijn schoon, koud en vrij van beschadigd weefsel.De stevigere organen blancheren
Doe hart, long en darmen in 2 l koud water. Breng aan de kook, schep schuim af en laat 8 minuten zacht koken. Voeg de lever alleen tijdens de laatste 2 minuten toe.
De buitenkant is stevig genoeg om te snijden, maar de kern is nog niet volledig gaar.Uitlekken en klein snijden
Gooi het blancheerwater weg, spoel de pan en laat de organen afkoelen tot ze veilig vast te pakken zijn. Snijd hart, long en darmen in stukjes van 1 cm en houd de lever in een aparte kom.
De stukjes zijn gelijkmatig en de lever blijft afzonderlijk.
De soep zacht koken
ca. 65 minBosui zacht laten worden
Verhit de olijfolie in de schone pan op middelhoog vuur. Bak de bosui 6–7 minuten zacht zonder hem te laten kleuren.
De ui ruikt zoet en blijft groen.De stevigere organen voorkoken
Voeg hart, long en darm toe, giet de hete bouillon erbij en breng rustig aan de kook. Laat 30 minuten gedeeltelijk afgedekt sudderen.
Het hart begint zachter te worden en de bouillon blijft helder genoeg om de stukjes te zien.Lever, romainesla en rijst toevoegen
Roer lever, romainesla, rijst, zout en peper erdoor. Laat 18–20 minuten zacht koken en roer af en toe.
De rijst en slaribben zijn zacht en al het orgaanvlees bereikt minimaal 74 °C.De verse kruiden toevoegen
Roer dille en peterselie erdoor, laat 1 minuut zacht koken en neem de pan van het vuur. Laat 5 minuten staan voor het tempereren.
Het frisse kruidenaroma is duidelijk en de soep kookt niet meer.
Met avgolemono afwerken
ca. 15 minEieren en citroen gladkloppen
Klop de eieren volledig egaal en klop daarna langzaam het citroensap erdoor.
Het mengsel is glad en bevat geen slierten eiwit.Met bouillon tempereren
Voeg onder voortdurend kloppen 300 ml hete soepbouillon in kleine soeplepels aan het eimengsel toe.
De kom wordt geleidelijk heet zonder dat het ei stolt.Terug in de soep roeren
Giet de getempereerde avgolemono onder rustig roeren in de pan. Verwarm zo nodig 1–2 minuten op de laagste stand, maar laat niet sudderen. Laat 10 minuten rusten voor het serveren.
De bouillon is licht romig en volledig glad.
04 · Meetbare controlepunten
Temperaturen, tijden en beslissende gaartekens
Getallen worden samen met kleur, structuur en voelbare gaarheid beoordeeld.
Temperatuur orgaanvlees
74 °CControleer een stukje hart of darm voordat de soep van het vuur gaat.
Rijst garen
18–20 minDe korrels worden zacht en blijven afzonderlijk in plaats van uiteen te vallen.
Hitte avgolemono
Niet kokenZodra de eieren in de pan zitten, veroorzaakt koken schiften.
Eindrust
10 minDe bouillon krijgt lichte binding en de smaken worden rustiger.
05 · Na het garen
Serveren, bewaren en voorbereiden
De aanwijzingen sluiten aan op de specifieke structuur, ingrediënten en veilige bewaartijd van dit gerecht.
Serveren
Serveer warm en niet kokend heet, met zwarte peper en extra citroen op tafel. Brood is de enige begeleiding die de soep werkelijk nodig heeft.
Bewaren
Koel binnen 2 uur en bewaar maximaal 2 dagen in de koelkast. De rijst blijft bouillon opnemen.
Opwarmen
Verwarm langzaam en laat niet koken. Voeg zo nodig bouillon toe en breng het orgaanvlees opnieuw tot 74 °C.
Vooruit werken
Orgaanvlees kan één dag vooraf worden geblancheerd en gesneden en daarna afgedekt worden gekoeld. Maak de soep en avgolemono op de dag van serveren af.
06 · Praktische vragen
Veelgestelde vragen over Magiritsa
Waarom wordt lever later toegevoegd?
Lever heeft minder tijd nodig dan hart, long en darm. Korter koken houdt haar zacht en voorkomt een droge, korrelige textuur.
Wat gebeurt er als de soep na avgolemono kookt?
Het ei stolt tot kleine vlokken en de bouillon wordt korrelig. De getempereerde soep blijft daarom onder het kookpunt.
07 · Geschatte waarden per portie
Voedingswaarden
De schatting telt alle gegeten ingrediënten mee en deelt het totaal door de vastgelegde opbrengst; merken, opname en portionering kunnen de waarden veranderen.
- Calorieën
- ≈ 430 kcal
- Koolhydraten
- ≈ 20 g
- Eiwit
- ≈ 32 g
- Vet
- ≈ 24 g
- Vezels
- ≈ 3 g
- Natrium
- ≈ 760 mg
Portiegrootte: 1 kom (ca. 430 ml). Allergenen: Bevat ei. Bouillon kan selderij of andere merkspecifieke allergenen bevatten; controleer het etiket. De waarden zijn een schatting en geen laboratoriumanalyse.