Semmelknödel, een geliefd gerecht in de Oostenrijkse gastronomie, belichaamt de rijke culinaire traditie van het land. Deze broodknoedels, vaak geserveerd bij gerechten zoals goulash, gebraden varkensvlees of zuurkool, zijn vullend, troostrijk en flexibel. Het onderstaande recept biedt een gedetailleerde handleiding om dit ware genot thuis te bereiden.
4
porties15
minuut20
minuut220
kcalEr schuilt een soort stille poëzie in Semmelknödel – een gerecht dat niet uit extravagantie is geboren, maar uit spaarzaamheid en zorg. In keukens van Salzburg tot Graz draait het bij het maken van deze broodknoedels minder om het volgen van een recept dan om luisteren – naar de textuur van oud witbrood dat in warme melk weekt, naar het zachte sissen van uien die zweten in ongezouten boter. Elk ingrediënt – fijngehakte peterselie, een vleugje nootmuskaat, het zachte binden van ei – komt samen als een oud volksliedje dat van grootmoeder op kleinkind wordt doorgegeven. Met de hand gevormd tot knoedels ter grootte van golfballen, worden ze in gezouten water gedompeld en is er altijd dat moment waarop ze omhoog komen – drijvend, alsof ze zich hun doel herinneren. Ze zijn meer dan een bijgerecht; ze vormen het hart van menig bergmaal, klampen zich vast aan de rand van een hertenragout of een champignonsaus gemaakt van het ochtendgras. Eeuwenoud en praktisch, bewaren ze herinneringen in hun plooien. Je kunt ze van tevoren maken, rustig in de koelkast laten staan – of invriezen voor een dag waarop je snel troost nodig hebt. Voeg eventueel spek toe voor een diepere smaak. Semmelknödel zijn bescheiden, ja – maar nooit doorsnee.
6-8 sneetjes oud witbrood (ongeveer 300 g), in blokjes gesneden
1 kopje (240 ml) warme melk
2 eetlepels ongezouten boter
1 kleine ui, fijngesneden
2 grote eieren
2 eetlepels peterselie, fijngehakt (optioneel)
1/2 theelepel zout
1/4 theelepel gemalen nootmuskaat
Versgemalen zwarte peper naar smaak
Breadcrumbs voor het aanpassen van de consistentie (indien nodig)